nen je anders niet verstaan!' Met een ruk trok Bram de gordijnen voor het raam dicht en hoorde ze beneden luid applaudisseren en 'bis, bis!!' gillen. Foeterend op zichzelf liet hij zich op de rand van zijn bed ploffen en legde het hoofd in z'n handen. Waarom ook was hij voor het raam gaan staan, het open raam nog wel! Ze konden zijn hele lezing gevolgd hebben, god mocht weten hoe lang ze er al stonden. Bij de gedachte wat het gevolg geweest zou zijn als hij een echt scherm had gebruikt en ze zijn formule werkelijk geprojecteerd hadden gezien, kroop Bram nog dieper weg in z'n handen. Had hij tien maanden in isolement geleefd om in het diepste geheim die RSA formule te zoeken, had hij die nog niet gevonden of hij gaf haar in één impulsieve actie prijs aan de benedenburen. Hij liet de handen voor zijn gezicht zakken en bedacht dat hij nog van geluk mocht spreken dat van enige vorm van intelligentie bij deze twee leeghoofden geen sprake was en zij zo goed als zeker, van hetgeen zij mogelijk gehoord hadden, geen woord hadden begrepen. Maar dat zijn plannen met betrekking tot Iran en zijn contact met vader eveneens aan hun waren voorbijgegaan, dat kon hij enkel hopen. Hij had zichzelf met die voordracht in meerdere opzichten een slechte dienst bewezen, de lichte misselijkheid, waarmee hij daarnet uit zijn middagslaap ontwaakt was, was door dit gedoe alleen maar verergerd. Wrijvend over zijn maagstreek kwam hij overeind en terwijl hij op zijn bureau afliep ontsnapte hem achter elkaar een paar oprispingen. Van de drang zijn grote vondst wereldkundig te maken was hij nu wel volledig genezen. Er mocht geen enkel woord meer, zelfs geen letter van naar buiten komen, sprak hij met zichzelf af. Het stond buiten kijf dat alleen al het gerucht, dat hij deze formule had, dodelijk
147