baar zou zijn.'
Laura trok haar wenkbrauwen op. 'Zou het niet kunnen, mevrouw Bloch, dat uw zoon zich, gezien de onrustige en onveilige tijd waarin we tegenwoordig leven, gewoon ongerust is over u? Misschien doet hij daar inderdaad overdreven over, maar na hetgeen er met z'n vader gebeurd is vind ik dat ook niet zo onbegrijpelijk.'
Even klaarde Selma's zorgelijke gezicht op, zo had ze dat nog niet bekeken. 'Denkt u dan niet, dokter,' legde ze Laura aarzelend voor, 'dat mijn zoon door het oorlogsleed wat hij door ons, zijn ouders, heeft meegemaakt, een tweede generatieslachtoffer is geworden?'
Laura ging verzitten en dook in de papierwinkel op haar bureau. 'Toevallig dat u daarover begint,' zei ze. 'Ik moet hier ergens de uitkomst van een recente studie over dit onderwerp hebben, gisteren heb ik het nog gelezen.' Maar omdat ze dit zo snel niet vond staakte ze het gerommel met mappen en papieren en richtte zich weer tot Selma: 'In elk geval luidde de opvallende conclusie van dat onderzoek, kort samengevat, dat oorlogstrauma's doorgaans niet van de ene op de andere generatie worden overgedragen.'
Selma keek haar ongelovig aan. 'En ik heb eergisteren nog een televisie uitzending gezien die helemaal gewijd was aan mensen die als tweede generatieslachtoffer psychisch behandeld worden! Hun ouders hadden de holocaust overleefd en na de oorlog hun trauma's aan de kinderen doorgegeven. Mijn zoon heeft precies zo'n geschiedenis!'
'Luister eens, mevrouw Bloch,' sprak Laura haar op geruststellende toon toe, 'of uw zoon al dan niet
135