van ophoorde.
Selma knikte: 'Bram is alles wat ik heb en ik ben soms zo bang dat hij net zo eindigt als zijn vader.'
'Bedoelt u dat u bang bent dat hij zijn vaders hartkwaal geërfd heeft?'
Selma, beduusd door deze vraag, keek haar vragend aan. 'Nee, kan zoiets dan?'
'Er kunnen bij hart- en vaatziektes familiaire factoren zijn die...'
'Bram toch niet?' onderbrak Selma haar 'hij is juist zo alert op z'n lichaam. Hij is nog geen grammetje te zwaar, heeft nooit gerookt, drinkt geen druppel alcohol en bovendien kook ik kosjer voor hem, omdat hij meent dat dat gezonder is. En, hij heeft gelijk, want hij is nooit ziek.'
'Waarvoor bent u dan bang?'
'Voor zijn geestelijke gezondheid natuurlijk.'
'U bedoelt dat hij neerslachtig is, zich somber gedraagt.'
'Nee, wat mij zo'n zorgen baart is de obsessie die hij heeft sinds de dood van z'n vader met het zoeken naar een of andere formule waarvoor hij zelfs zijn baan op de universiteit verlaten heeft. Continu, zelfs nu het zo warm is binnenshuis zit hij op zijn kamer daaraan te werken. Ik weet dat het een vlucht is voor het verdriet om z'n vader, maar zelf ontkent hij dat ten stelligste en dat benauwt me zo. Zijn gedrag is ook veranderd, telkens heeft hij het erover dat ik buiten op straat gevaar loop, dat mijn joodse uiterlijk antisemitische aanvallen kan uitlokken. Daarover hoorde ik hem vroeger nooit. Vanochtend ging hij zelfs nog verder en verbood hij mij, achgenebbisj, m'n haar zwart te verven omdat ik dan als een jodin veel te herken
134