van.'
'Waar was hij opgenomen?' vroeg Laura.
'In Boszicht,' zei Selma kortaf.
'Oh, daar? Nou, Boszicht staat anders wel bekend als één van de betere inrichtingen.'
Onrustig schoof Selma heen en weer op haar stoel, ze voelde haar slapen weer bonzen. 'Ze hebben het anders nagelaten mij te waarschuwen dat het fout ging met mijn man. Ze hadden ons telefoonnummer, ze hadden kunnen bellen. Bovendien wisten ze dat ik elke zondag bij hem was. Tot het laatste toe was ik er. De zondag voor de fatale maandag waren we ook nog gewoon bij hem op bezoek.' De lichte rimpel tussen Laura's wenkbrauwen ontging haar niet: 'Oh ja, ik weet wat u nu denkt, dokter,' riep ze geëmotioneerd uit. 'Natuurlijk, ik als zijn vrouw, ik was het die zijn radeloosheid en zijn onhoudbare pijn had moeten opmerken. Ik had de tekens aan de wand moeten zien en tijdig bij de specialist en de verpleging aan de bel moeten trekken en...'
'Ach, mevrouw Bloch,' onderbrak Laura haar, 'natuurlijk denk ik dat niet. U bent heus niet tekort geschoten. U moet uzelf niet zulke vreselijke verwijten maken. Hoe kon u nou zien...'
'Precies, dat is het! Ik heb alleen met mijn ogen gekeken en wat ik zag nooit met mijn hart overdacht. Het liefste wat ik had heb ik finaal aan z'n lot overgelaten. Zelfs die laatste zondag verliet ik Aaron in de overtuiging dat alles z'n gewone gangetje met hem ging, terwijl hij nog geen 24 uur later onder de trein sprong!' Selma was lijkbleek weggetrokken en de paniek schoot uit haar ogen. 'U had dit niet kunnen zien aankomen,' probeerde Laura haar op besliste toon
132