volgehouden, maar op een gegeven moment kon het echt niet meer. We stonden er in die tijd vrijwel alleen voor, terwijl m'n zoon ook nog z'n drukke baan aan de universiteit had natuurlijk. In de loop der tijd waren de vrienden en kennissen die ons de eerste jaren nog bijstonden allang geheel uit het zicht verdwenen, zo gaat dat nu eenmaal. Mijn vriendin, Bonny Cohen, was de enige die overdag, als Bram naar z'n werk was, nog langskwam. En het meisje van de thuiszorg, zij kwam 's ochtends helpen met Aaron te wassen en aan te kleden. Maar het was al met al toch onvoldoende, m'n man was met de tijd zo ver heen geraakt en toen hij plotseling nog meer verslechterde kon hij niet langer thuisblijven. Hij was volkomen apatisch geworden, een levende dode. Bram en ik vonden het vreselijk hem te moeten wegbrengen maar achteraf, dat moet ik eerlijk bekennen, bleek het voor ons alledrie de beste oplossing. Zonder Aaron thuis kregen Bram en ik opeens zoveel vrijheid dat we er eerst geen raad mee wisten. Maar van lieverlee begonnen we onze draai te vinden. Bram ging 's avond weer eens de deur uit naar het schaakcafé of ging samen met een collega squashen. Ik leerde bridgen en vond dat zo'n leuk spel dat ik twee, soms wel drie middagen in de week met Bonny naar de bridgeclub De Looier ging. En Aaron ontwaakte na verloop van tijd uit de apathie. Weliswaar kregen zijn bezigheden toen een sterk dwangmatig karakter en raakte hij hevig in paniek als er ook maar iets in z'n vaste dagritme veranderd werd, maar ik was allang blij dat hij weer op de been en in zulke goede handen was. Althans,' er verscheen een bittere trek om Selma's mond, 'toen dacht ik nog zo, maar na vorig jaar ben ik daar helemaal niet zo zeker meer
131