met Aaron daarheen verhuisd waren.'
'Aaron?' Laura keek haar vragend aan, 'is dat uw andere zoon?'
'Nee, mijn geesteszieke man, Brams vader.' Selma boog haar hoofd: 'Ik had dat nooit mogen zeggen. Alsof Bram, door die leerstoel in Groningen te weigeren, verantwoordelijk is voor de dramatische afloop met z'n vader, terwijl die lieve jongen het zelf ook al zo vreselijk moeilijk heeft met z'n vaders dood. Ik weet tegenwoordig gewoon niet meer wat ik zeg, weet niet meer wat ik doe of laat. Ik ben zo vreselijk moe en...' Ze kromp ineen en barstte in huilen uit.
'Ach god,' fluisterde Laura en sprong op uit haar stoel. Vol medeleven streek ze over Selma's schouders. 'Ik zal wel even wat water voor u halen.' Ze verdween naar de onderzoeksruimte die grensde aan haar spreekkamer en vulde bij de wastafel een glas met water, 't Was maar goed dat ze verder geen patiënten meer had vanmiddag, bedacht ze, want voorlopig was ze nog wel met mevrouw Bloch bezig. Dat dit intens verdrietige vrouwtje de moeder bleek te zijn van haar onbereikbare prins uit haar meisjesdromen, daarover liep ze zich nog te verwonderen toen ze met het glaasje water de spreekkamer weer binnenging en Selma met een betraand gezicht zag zitten wachten. Met een bevend handje nam ze het glaasje van de dokter over en dronk twee kleine slokjes, waarna ze het op de tafel voor haar neerzette. Terwijl Laura weer terugschoof op de stoel achter haar bureau, viste Selma een papieren zakdoekje uit haar tas, snoot haar neus en zei, het zakdoekje verfrommelend: 'Sorry dat ik me zo laat gaan, maar ik,' weer verstikte haar stem in de tranen.
124