voegd was haar naar het Joods Maatschappelijk Werk te verwijzen. Zij keerde straks dus met lege handen huiswaarts en kon eigenlijk net zo goed nu al rechtsomkeer maken.
'Vergeet uw tasje niet,' knikte Laura in de deuropening naar haar blauwe handtas die nog op het kuipstoeltje lag. Verstrooid keek Selma op en draaide zich om. 'Ach ja, stom van me.' Ze griste haar tasje van de stoel, drukte het tegen zich aan en dribbelde met snelle pasjes langs de dokter de spreekkamer binnen.
'Zo,' zei Laura opgeruimd en deed de deur achter zich dicht, 'gaat u zitten.' Op haar witte hakjes klikklakte ze over de houten vloer naar haar werktafel, waar het met een computer, allerhande paperassen en een vaas met een uitbundig veldboeket op de uiterste hoek een volle, maar gezellige boel was. Ze schoof op de stoel erachter en keek met een allervriendelijkste glimlach naar het strakke, bleke gezicht van Selma tegenover haar aan de andere kant van haar bureau. 'Vertelt u eens, mevrouw Bloch, waarmee kan ik u helpen?'
Nerveus met haar handen friemelend in de schoot van haar blauwe rok, begon Selma te vertellen dat ze leed aan slapeloosheid en dat de slaappillen van haar eigen huisarts, dokter van der Wal, die nu met vakantie was, haar niet hielpen. 'Is er soms iets waarover u tobt?' informeerde Laura. Selma, die deze vraag totaal niet verwachtte, zag de dokter enigszins onnozel aan. Of ik soms tob, herhaalde ze bij zichzelf. Was het maar zo simpel, dacht ze en voelde haar loodzware sores, de reden waarom ze daar zat, als een blok op haar maag drukken. Onzeker begon ze te hakkelen: 'Ja, eh, dat is te zeggen, tobben is eigenlijk het woord
121