= i invoert in de zeta-functie.' Heen en weer lopend begon Bram te knippen met zijn vingers: 'Twee, 3,5,7, 11,13,17,' somde hij ritmisch op, '19, 23, 29, 31..., en zo verder, en zo verder, de oneindige reeks der ondeelbare getallen, the mysterious prime-beat which never runs dry. De priemen die centraal zijn voor de wiskunde en waaruit al het andere volgt.' Op dit punt, halverwege z'n kamer, bleef hij staan en met de ogen gesloten, tot het uiterste geconcentreerd, recapituleerde hij voor zichzelf: 'Het wiskundige landschap van de zeta-func-tie onthult een harmonische structuur, omdat alle nulpunten ervan op de kritische lijn liggen en geen één er buiten springt. Of, om in termen van de muziek te spreken, alsof elk instrument in het orkest zijn eigen lied speelt maar er toch een patroon, een harmonie te beluisteren is doordat alle liederen perfect aaneensluiten. Precies zo klinkt ook Schönbergs atonale muziek,' hoorde hij zichzelf zomaar zeggen, waarna hij zich heel licht voelde in z'n hoofd en in een opwelling van overweldigende inspiratie ogenblikkelijk naar zijn cd-speler beende om Schönbergs 'Opus 31' op te zetten. Koortsig rommelend in de la van z'n boekenkast, waarin hij zijn cd's bewaarde, vond hij zijn lievelingstuk. Zijn handen beefden toen hij de cd uit het plastic hoesje haalde en op de cd-speler op de plank erboven plaatste. Na een druk op de 'play'-toets sloot hij zijn ogen. De atonale klanken van de joodse componist vulden zijn kamer en toverden een gelukzalige lach om Brams lippen. Dit was exact hetgeen hij horen wilde, prachtig zoals elke toon zijn eigen klank voortbracht maar toch met iedere andere een perfecte harmonie vormde. 'Schönbergs tonen zijn als de priemgetallen,' fluisterde hij terwijl hij mee knikte op de maat van de muziek.
108