888
moest 5k natuurlijk op mijn hand zien te krijgen, ’t Was wel liederlijk-vernederend om zoó’n individu ’n dienst te verzoeken — maar voor de kinderen — voor de kinderen — en maatschappelijk zijn in dezen benauwden tijd was nu eenmaal rotte sinaasappelen versjaggeren.
„ ... ’t Spijt me dat we weg moeten gaan, meneer Doede-laar... Waarom zijn jullie toch zoo raar geworden?”
„Raar? ... Met uw permissie ... Wij zijn niet raargeworde ... Maar die joeffrou, die joeffrou die het mijn vrouw toch zóó af-fron tiert...”
„Ach kóm!”
„ ... Ja mijnheer... Met die kwestie van die servet en die handdoek ... en einmaal met een pannetje dat mijn vrouw schoon naar boven had gegeven en dat zoo schmoetzig naar beneden kwam wie ... wie ... wie drek ...”
„Nou ja. — Nou ja. — Allemaal kinderachtigheden ... Je moet
’t leven niet zoo ... Apropos... Ik wou u wel ’n dienst verzoeken ... ’n dienst, waarvoor ik ’n honderd pop over heb... Niet zoo hoog inzeepen..Als een goddelijke ingeving viel mij het bezit der f 99.75 te binnen.
„ ... Een hundert pop ? ... Een hundert pop ? ... Dat ies geen kattepies ... Maar, als iek vrage mag ... als iek vrage mag ... met hundert goelden smijte die mense zoo niet.. . als iek vrage mag..
„Nee, d’r zit niks verdachts achter. U is een té fatsoenlijk man om iets onnets te willen ...
„O zoo... Dat wou iek ook zegge...”
„Nee, als u dat dacht...”
„Wij zijn,” zei Doedelaar inzeepend en zeer braaf van stem
geluid: — „Wij zijn arme lui, aber wat wij verdiene moet...” „Natuurlijk. Natuurlijk. Ik heb u altijd een nét man gevonden — nee dat is zoo, zonder complimenten...”
„lek mag wel ies ein lolletje uithale, maar alles eerlijk — alles eerlijk...”
„Jawel, jawel... Ik geloof toch niet dat u mij anziet voor iemand, die u oneerlijk geld wil laten verdienen? Nee, ’t geld waarvan ik spreek is voor ’n uitstekend werk...”
„Dan is die zaak ien orde ... Maar nou wou iek wol wete...” „ ... Hóü u van uw dochtertje?”
„Van Netje?... Das ies ook een vraag!”