885
altijd open stond. Hoe kunnen ze dus onder eede verklaren dat u ’s nachts in de kamer van de juffrouw gelogeerd heeft ? Nietwaar, dat is een punt van strategisch belang.
Ik: — Elke morgen poetste de barbiersjongen m’n laarzen.
De advocaat: — Die kunnen wel van de juffrouw geweest zijn.
Ik: — Nee. Ik heb maar één paar met scheefgeloopen hakken. Ze hebben ze me zien aantrekken.
De advocaat: — Lastig. Lastig. Hebben ze meer bewijzen, hebben ze u wel eens in bed gezien of in uw hemd?
Ik: — Eens in me hemd, toen ’k ’n agent van de Singer-naaimachine uit de deur wou smijten.
De advocaat: — Wat die artisten toch rare menschen zijn.
Ik: — ’k Ben geen artist. Asjebliéf geen artist!
De advocaat: — Zijn die barbier en z’n vrouw u goedgezind ?
Ik: — Ze zouen ons kunnen vergiftigen. Dat helpt.
De advocaat: — Enfin het geval lijkt mij hopeloos. Er zal misschien kunnen bedongen worden dat uw naam niet in de stukken genoemd wTordt, wat voor u aangenamer is, wanneer u later eens trouwen wilt... Ik veronderstel maar! Mijn hemel, ’t is ’n suppositie!... Of wanneer u later de dame in kwèstie hu-wen wilt. Anders zie ’k ’r weinig in. We moeten afwachten. Afwachten wat de tegenpartij doet. Wilt u niet bij verstek laten gaan, wilt u procedeeren om de kinderen, dan zult u voor kosten als anderszins ’n vier honderd gulden dienen te deponeeren . . . U begrijpt... u begrijpt... het is geen zaak van wantrouwen ... maar... maar... Wilt u nog trachten wat te doen voor het behoud van de kinderen ?
I k (strak): — Alles.
De advocaat: — Dan moet u niet meer bij de dame komen tot de man wèg is. Dan kunnen we hèm misschien attakeeren.
Ik: — Niet mèer bij mijn vrouw komen?
De advocaat: — Het is om de kinderen te doen.
Ik: — En wat nog meer ?
De advocaat: — Yóoral, onder geen omstandigheden u meer vertoonen bij den barbier. De mogelijkheid bestaat dat de tegenpartij u zal bespieden als u er ’s avonds heengaat.
Ik: — Dat kan. We kunnen verhuizen.
De advocaat: — Nee, waarde heer, niet „w^e”. U moet
25