884
Als u zich bijtijds retireert krijgt u geen vrouw (misschlén ’n vrouw met twee kinderen) op uw dak...
Ik: — Mijn dak is voorzien van een borstwering opdat er geen bloedschuld op mij kome, wanneer er iemand afvalt 1).
De advocaat: — Héél aardig. Heel aardig gezegd. Dat kunt u in een uwer boeken te pas brengen. U wilt dus ridderlijk aan de zij van de dame blijven. Dan raad ik u het vonnis bij verstek te laten gaan: niét op te treden voor de kinderen.”
Ik: — ??
De advocaaat: — Dat u voor de vrouw wilt zorgen.. . a la bonne heure... ik zou ’t niet doen... maar dat u — permi-teer mij als raadsman met véél levensondervinding, de uitdrukking — dat u óók de kinderen wilt behouden — is ’n dwaasheid, is jeugdige overmoed. Als u na ’n jaar of na ’n paar jaar die liaison verbreken wilt om die of die reden, zit u met kinderen opgescheept!... Kinderen waarvoor u dan ’n moreele verplichting hebt aangegaan. We zullen dus élk idee om voor de kinderen op te treden laten schieten.
Ik: — Waarde heer: ik stel u nóg eens de feiten, dat ik raad verlang om de vrouw én de kinderen te behouden. Laten wij dus van dat idee en van niets anders uitgaan.
De advocaat: — Mij wel. Ik meende u vrindschappelijk te moeten wijzen op ... Mag ik nu vragen of de eischer eventueel bewijzen zal hebben van het overspel ?
Ik: — Natuurlijk. Wij hebben maanden lang samengeleefd op één kamer.
De advocaat: — Jawel. Maar zijn er getuigen dat u er ’s nachts gebleven is ?
Ik: — De barbier en z’n vrouw.
De advocaat: — Zijn die te bewerken om d’r mond te houden, zoolang ze niet onder eede gevraagd worden.
Ik: — Dat geloof ik niet en dat wil ik niet.
De advocaat: — U móet meewerken anders is u de kinderen positief kwijt, let wel kwijt. Wat ik tot nu toe hoor doet me gelooven dat de zaak reddeloos verloren is. Alleen door handigheid kunnen we misschien wat bereiken. Hebben de barbier en z’n vrouw behalve hun vermoedens éénige zekerheid dat u ’s nachts daar bleef? U hebt me straks verteld dat de huisdeur
1
Deuteronomium XXII. 8.