advocaat” zei ik voor de zesde maal: „Ik dóé ’t niét. Denk je da’k zoo fielterig ben om om ’n vrouw en kinderen te pröcèdèerèn ?... Is ’r dan nog ’n menschenmarkt!... Zijn jullie getikt! Is ’n vrouw eigendom!... Zijn levende, ademende kinderen, die straks d’r éigen denken hebben eigendom?.. .Is ’r geen vrije wil ?... Is ’r geen liefde ? ... Ik verdom ’t! ... Ik prócèdèer niet. Wat hebben ze te maken met mijn huwelijk! Is huwelijk uit- of inwendigs ?... Denken jullie dan is na! ... Maar dénk dan toch is na! Zijn onze twee vrije willen allemansgoed? ... Is liefde ’n ding dat anderen, anderen met ruwe knobbelknuisten te door-knejen hebben ? ... Ik verdom ’t!... Ik neem geen advocaat!” ...
„Allemaal kul,” zei Dirk verstandig*bot: „hou jij die redeneering tot den commissaris van politie, als-ie Georgine en de kinderen naar d’r man terugbrengt.”
„En zijn ’t niet zijn kinderen ?” vroeg Karel, met ’n oogknippen als: — wat zeg je daartegen ?”
„Nee ’t zijn haar kinderen,” ontkende ik woest: „stel jij’n vrouw gelijk met ’n stuk land waarin je maar zaait ?”
„Goed en wel” — zei Dirk: „je móét’n advocaat nemen. Laten we annemen dat d’r man in de stad is, dat hij gaat rechten,
dat hij wettelijk je pooten bindt. De rotte wetten zijn ’r nou
eenmaal! Wees jij ’n Don Quichote !” .
„Ach lieve Alf, luister toch naar goeie raad!.. . Wees niet zoo eigenzinnig ... Mot ik me kinderen kwijt raken ? ... Ach lieve engel laat je toch rajen”...
„Nee ! Nee ! Nee !... Een genegenheid verdedigen met advo-katen, deurwaarders, exploten, vonnissen!. .. Laat ze stikken in d’r stratenhorizon! Moeten we nou nóg eens praten over het huwelijk! Is ’t niet bedonderd genoèg dat wij vastzitten aan ’t wetten-zoodje, dat ’n vrouw eigendom is zooals ’n akker, vruchten aan den man-zaaier heeft op te leveren zoo als ’n akker,
voor de rest liggen blijft voor ’t geen ze is Ja, al schud jij nou nog zoo je kop, Dirk, ’t kan me geen bliksem schelen. Ik word eiken dag ’n tikje wijzer, ’t Is om te vloeken dat je met je beetje levensgeluk zoo machteloos staat, zoo met handen-en-voeten-gebon-den aan de wetten-van-het-bezit!” .. .
„Nou,” lachte Dirk: „jij doét nog al als ’n machteloosmensch! God zal me kraken! Jij brengt jé zuivere vrije liefde in praktijk! Wat wil je meer?”
Op dat woord „vrije liefde” viel ik aan als een stier op een