346
wreek smeek
bericht gewicht vergezicht wagen dragen benomen betoonen
streven leven geven beven zweven gezworen hooren booren gloren verstiet niet winden binden
krachten smachten verzachten klachten betrachten slagen behagen vragen vlagen knagen spijs wijs grijs graf af straf
kleed gereed streed leed misdeed wijken gelijken rijken bezwijken gronde stonde sponde ronde monde profiteeren leeren kleeren
ontspringt dwingt zingt klinkt winkt rinkt blinkt
toon gewoon hoon loon koon
speelen velen heelen
vlijt tijd nijd snijdt spreidt krijt
huid bruid luid kluit fluit ruit
binnenschreidt wijd.
VERZEN VAN GEORGINE CASPER.
I.
Stikdonkere nacht, geen enkle ster.
Duister, gelijk het graf, zwart mijn gedachte
gelijk een nevel ondoordringbaar is mijn ziel
O kon ik mijn geest die klaarheid geven
tot wetenschap en poëzie doordringen
O ! daal! op mij neer helderheid des geestes
Verscheur die wolk, die mij het genot der poëzie ontneemt.
II.
O mogt het mij toch eens gelukken Mijn best gevoel in verzen uit te drukken Een vers van schoone poëzie.