Kamertjeszonde

Auteur
Herman Heijermans

Geschreven onder pseudoniem
Koos Habbema

Titel
Kamertjeszonde

Jaar
1898

Druk
1899

Overig
2ed

Pagina's
439



334

„Maar die is niet gekomme... Zoo zwaar zal God mij niet straffe!... Mijn arreme Stien ... Mijn éénig kind!”

Uit den zak van z’n pels kreeg-ie ’n zakdoek, snoot z’n neus. Het was opmerkelijk hoe in-valsch èn toch hoe geméénd z’n smart was. Hij zat zich waarschijnlijk volkomen te goeder trouw de eigen smart als een te leeren, te intoneeren rol voor te stellen, trachtte in de „stemming” te komen, daar de overgang van een halve gebraden eendebout met witte wijn naar ’n sterfbed zelfs hèm te sterk was.

„Ja — ja,” zei Dirk, die mogelijk ook dat valsche voelde.

„... Veertien dage gelede ging ze nog voorbij Mast en kwam binneloope... ’k Heb d’r nog van me gebakke aardappels late proeve ... Pa zegt ze: ik speel over veertien dage bij van Lier ... En nou zoo ziek!... Nee-éé. Nee-éé*éé! God zal niet mijn eenig-ste bezitting wegneme!... Stien is de eenige die van me houdt. Mijn kind!... Mijn dochter ... Wille jullie geloove dat-ze ’n hart van goud heeft — dat-ze honderdmaal tegen me zei: pa, van al ’t kwaad dat ma van u vertelt geloof ik geen woord, ik hou alleen van u!. .. Zoo’n èngel! Zóó’n èngel! ... Dat kind is m’n alles, da’s nou m’n liefste op aarde. — Als jullie wiste hoe ’k om dat kind geleje heb — wat’n smart ik heb uitgesta-aa-aan . ..” Ratatata...

Het rijtuig schobberde over de keien van het Rembrandtplein.

In de Utrechtschestraat begon-ie weer.

„Wat voor hartkwaal heeft ze?”

„Rhumatiek.”

„Wat zè-je?... Rhumatiek?... Je zult zien dat ze ’r van opkomt ... Mijn schatje ... Mijn ooge had ze, hè ? . .. En wat ze verdomd goed Veltman en Frenkel en Frits Bouwmeester kon nadoen, hè? Dat heb ik ’r geleerd ... En nou zoo ziek!... Waarom neemt God mij niet weg als ’r iemand moet worde weggenomen?... Ik ben een groote en sterke man. — Ik kan tegen lijje, niewaar? — Ik heb alles van ’t leven genote. — Maar zoo’n èngeltje, zoo’n hart! Van dat kind hield ’k toch zóo, hè!. .. Zoo innig-veel...”

Het was precies of ’k hem op ’t tooneel hoorde — zin voor zin — woord voor woord.

„Ja ’t was ’n lief kind,” zei Dirk —: „werkelijk ’n door en door goed kind.”

„Goed, meneer!” stoof het geluid van Meijer op : „goed, me

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.