Kamertjeszonde

Auteur
Herman Heijermans

Geschreven onder pseudoniem
Koos Habbema

Titel
Kamertjeszonde

Jaar
1898

Druk
1899

Overig
2ed

Pagina's
439



312

dessertborden, de gevulde glazen. Hoe kwam je op de idee? — Was ’t niet stuitend van cynisme ? — Als Jeannette dood ging of Tilly, of Coba. — Got, wat gékke gedachte ... Ze ware niet dood . . . Als ze dood ware, was ’t tijd genoeg om te zien, te zien of ’t je wat déé .. . Die levendige Co. .. Hé-jassus, hoe kwam je op de beroerde gedachte... Nou ja, maar als... maar als ... Nou dan zou ’t je wél spijte ... je zou zeggen: ’t ’t was toch wel ’n goéd kind ... ja, ’t was toch wel een goed kind ... en ze had toén nog zoo netjes gedékt... en dat kalfs-vleesch an reepies. — „Bonjour Filip !” — juichlachte Jeannette, die Busse iets aangegeven had. — „Heeft-ie ’t nou al verloren ?”, vroeg Henriette. — „’k Ben ’r ingeloope,” lachte Busse: „éérlijk ingeloope”... — „Wat heb je ’m angereikt, Jeannette ?” — „De amandele!” — „De amandele? O wat ’n ezel!” — „Ik heb is ’n filepien gedaan, met...” begon tante. — „Stil,” zei vader. Er was plots ernst! — „Sust dan!” — „Sust!” — In de donkerte, buiten, bromden zwevende klokkeslaagjes. — „De kapelklok slaat.” — „Hoera! Leve ’t nieuwe jaar!”...

Pa werd omhelsd door Co en Gerda. Ik stond op, zoende ’m op de prikkelhaartjes van z’n grauwen baard, dan moeder. — „Jonge, nog veel jarè, hoor.” — En ’n algemeen zoenen, handenschudden, ’n gemaakte sentimenteele, blije opwinding, ’n èrg-luidruchtige vroolijkheid, nu de lamentabel-gerekte minuten van ’t ouwe voorbij waren. Antje en Da kwamen boven, half-verlegen, lialf-vrijpostige handen-gevend an de heele tafel. Buiten lagen de stoombooten in lawaaiend getoeter. Dan zat ieder weer, was er een vreemde verwondering over die opwinding, ’n ingehouden-triestigheid, dat alles zoo gebléven was. Busse doorpeuterde zijn tanden, achter z’n hand. Jules zat vermoeid-bleek ’n end van de tafel af. Moeder keek naar ’n glas wijn dat Tilly bij ’t opstaan omgestooten had. Vader was opgestaan om sigaren te krijgen, ’t Nieuwe jaar zette in met eet-paffe gemelijkheid. Maar de koffie werd gebracht en ze schoven allen weer bij. Alleen Jules, onlekker, moest in de gang wat op en neer loopen. — „’k Zou nóg wel trek hebben in n whistje,” zei Busse. — „Nou dat zal je wel late,” zei Gerda. — „Hoe heb ik die solo gewonnen, meneer Spier?” — „Nou je hèbt ’m gewonnen... Maar als me schoonzuster op d’r boer had gelet, dan had-ie gelegen ...” — „Nou . . . nou... Dat had ik nog wel eens wille zien ... Hij was zwak, maar toch sterk... Ik had prachtige bijkaarten, niewaar ?” —

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.