Kamertjeszonde

Auteur
Herman Heijermans

Geschreven onder pseudoniem
Koos Habbema

Titel
Kamertjeszonde

Jaar
1898

Druk
1899

Overig
2ed

Pagina's
439



210

’n Man liet z’n kind niet in de steek, als-die-’t wou opvoeden. — Wel Jessus, jessus wat ’n leuges. — En als ’t zoo was? — Most zij dan maar an de dijk gezet worde ? — As die smerige makkero haar ’n weekgeld gaf — verdiende-die niet genoeg ? Hè ? —, kon die ’t kind krijge. — Niet zóóveel maalde ze om ’t brutale kreng, dat nog geen woord dankie zei als zij ’t vrete uit d’r mond spaarde. — Och, óch, zei Scherp in eens vinnig: wat jij uit jouw mond spaart, daar zal ’t schaap niet vet van worde ! — Duif, bol opgewonden: Wat weet jij daar goddoome van! — En dan Scherp: Nou we zijn niet blind. — Duif: d’r vader is ’n slampamper. Ik heb d’r dan tóch grootgebracht. Wat ze hèt, hèt ze van mijn! — Dirk dan met z’n zware stem er tusschen: Nou da’s niet veel en Scherp strak-vinnig: als ik d’r vader was, gaf ik in jouw handen net-zoo-min ’n rooie duit. Dan Duif weer kra-keelig-verhit: Maar jij ben d’r vader nou niet. Jij ziet ’r nog al naar uit om ’n kind te krijgen! — „Wat zijn jullie vervelend van-avond,” zegt Guus. — „Ik steek mijn opinie niet onder stoelen of banken,” zegt Scherp, die beleedigd is omdat Duif hem niet op ’n kind taxeert: „jij ben ’n hond voor Stientje.” — „Wat die vuile jood toch altijd van mijn mot hebbe !” — Scherp wordt woedend. — Als hij ’n jood is dan vindt-ie zichzelf nog duizendmaal te goed om op haar een grooten boodschap te doen — zoo’n dronken loeder! — zoo’n ellendig stuk mispunt ! — As je ’n man was, zegt Duif rood-woedend, zou ’k je op je smoel slaan. — „En nou zal ik je is éen ding zegge, Dirk,” schreeuwt Scherp : „zoolang jij dat varken ontvangt, kom ik niet meer bij je.” — „Da’s onzin,” beweerde Dirk : „Kan ik ’r wat an doen als jullie ruzie hebbe. Jullie weet nou eenmaal dat Duif zich altijd onbehoorlijk gedraagt.” — „’k Heb schijt an jou ènanjou,” plappert Duif met ’n dikke tong uit: „jullie kenne me allemaal de botten kussen! Zijn jullie godverdomme belazerd!” — Opgeblazen van drank, paarsrood in haar woede staat ze op, onvast, slaat de deur achter zich toe, gaat naar de achterkamer. Maar nog eens komt ze terug, smyt de deur open, raspt er uit:    „Stinkende vuile jood” — das tot Scherp — „ ... leè-

likke rotsmaus... as je je weer is met mijn zake bemoeit, krab ik je ooge uit je smoel.. . Afgesodemieterde aap ... Stomme snotneus!” Flap, de deur weer dicht en achter ’t gestommel van ’n stoel die omvalt. Dirk zit kwaadaardig-ineengehurkt. Guus is woedend. — Is dat nou ’n verjaarspartij ? — Waarvoor al die

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.