93
wijderd wilde houden, trok hij met zijne manschappen naar Gilgal, waar ook Samuel komen zou, om vóór den strijd een offerdienst te houden. Toen de profeet op den bepaalden tijd niet verscheen en Saul merkte, dat van zijne strijders velen heengingen op het bericht, dat een machtig Philis-tijnsch leger door de dalen van het gebergte Ejthraim reeds tot Michmas doorgedrongen was, verrichtte hij eindelijk zelf den offerdienst. Juist was hij daarmede geëindigd, toen Samuel te Gilgal verscheen. Met verontwaardiging vernam hij het gedrag des konings, die getoond had het koningschap hooger te stellen dan het priesterschap en voorspelde hem, dat de regeering niet duurzaam zou blijven in zijn geslacht, maar op een ander overgaan, die zich Gods liefde en toegenegenheid meer waardig zou maken.
Intusschen legde ■ onathan een nieuw bewijs van onverschrokkenheid aan den dag. Hij klauterde met zijn schildknaap over eene der steile rotsen tusschen Gib’a en Michmas en doodde geheel onverwachts ongeveer 20 man van een voorpost der Philistijnen. Dit veroorzaakte in hun kamp eene buitengewone ontsteltenis. Saul, door wachters van dit voorval onderricht, verscheen met zijn kleine bende, die weldra aangroeide door de komst van velen, die zich tot nu toe schuil gehouden of zich uit dwang bij de vijanden aangesloten hadden. Met dit leger behaalde hij eene schitterende overwinning. De Philistijnen gingen op de vlucht en werden achtervolgd door de Israëlieten, wien Saul, om elke vertraging te voorkomen, op straffe des doods verbood, iets vóór zonsondergang te nuttigen. Daar jonathan van dit verbod niets vernomen had, laafde hij zich, uitgeput door vermoeienis, met een weinig honig. Zijn vader wilde de doodstraf op hem toepassen, maar liet zich eindelijk door de bede zijner manschappen bewegen, den dapperen held, aan wien men grootendeels de overwinning te danken had, vergiffenis te schenken.
Behalve tegen de Phuistijnen streed Saul ook gelukkig tegen de Moabieten, Edotnieten, Tsobaïsche Syriërs en Amale-kieten. Bijzondere vermelding verdient de oorlog tegen den laatstgenoemden volksstam.
HOOFDSTUK LVH.
Oorlog tegen Amalek. — Davids zalving.Nadat Saul door zijne gelukkige oorlogen »zijn volk rust verschaft had voor zijne vijanden” ontving hij van Samuel