Lajis te verspieden. Eindelijk keerden zij met gunstige berichten tot hunne stamgenooten terug, uit wier midden 600 dappere mannen met hen langs denzelfden weg tegen Lajis optrokken. Bij het huis van Micha gekomen, gingen de verspieders er weder binnen, terwijl de 600 man voor de deur der woning post vatten. Met hulp van den afvalligen en trou-weloozen Leviet maakten zij zich van de verschillende beelden en sieraden uit Micha!s tempel meester en zetten daarop hun tocht voort. Na hun vertrek werd Micha het schandelijk gedrag van zijn priester en der Danieten gewaar. Hij vervolgde hen met zijne huisgenooten, bracht hun het misdadige van hun bedrijf onder het oog, maar moest eindelijk voor de overmacht zwichten, zoodat hij met de zijnen onverrichter zake huiswaarts keerde. De Danieten veroverden Lajis, verwoestten het en bouwden op de puinhoopen daarvan eene nieuwe stad, die zij den naam Dan gaven. Het beeld van Micha werd nog geruimen tijd in de nieuwe kolonie als hun afgod vereerd.
HOOFDSTUK L.
Zedeloosheid onder Israël. — Burgeroorlog tegen de Benjaminieten.Een Leviet van het gebergte Ephraim had een bijwijf, die hem ontrouw geworden en naar haar ouderlijk huis te Beth-Léchem teruggekeerd was. Na vier maanden besloot hij haar weder terug te voeren. Zijn schoonvader ontving hem gastvrij en hield hem verscheiden dagen bij zich. Eindelijk keerde hij met haar huiswaarts. Op den terugtocht kwamen zij tegen den avond in de Benjaminietische stad Gib'a, waar zij overnachten wilden. Maar niemand der inwoners wilde de vreemdelingen herbergen, totdat hen eindelijk een grijsaard, die juist vEyi zijn landwerk huiswaarts keerde en ook van het gebergte Ephraim afkomstig was, onder zijn dak opnam. Nauwelijks hadden de bewoners van Gib'a dit vernomen, of eene bende woestelingen omsingelde het huis van den grijsaard en eischte, dat hij haar den vreemdeling zou overleveren. Te vergeefs trachtte hij het ruwe en onbeschaafde volk tot bedaren te brengen. Het mishandelde en kwelde de vrouw van den Leviet zoodanig, dat deze voor de deur der woning bezweek. Den volgenden ochtend voerde deze het lijk zijner vrouw met zich mede. Thuisgekomen, sneed hij het in twaalf stukken, waarvan hij naar eiken stam ée'n zond, om de schanddaad door het geheele