het steeds eene vijandige gezindheid tegen het broederrijk fuda aan den dag gelegd had.
e) Jona, *) volgens de traditie is hij dezelfde profeet, waarvan in het boek der Koningen gewag gemaakt wordt tijdens het bestuur van Jarob'am II. Dit boek bevat de volgende belangrijke episode uit het leven van dien profeet. Jona ontving de Goddelijke opdracht, zich naar Ninevl, de hoofdstad van Assyriè te begeven, ten einde den spoedigen ondergang dier stad te verkondigen, wegens het misdadig leven harer bewoners. Om zich aan dit bevel te onttrekken, besloot hij, naar een ver verwijderd land te vluchten. Hij ging te Japho (Joppe) aan boord van een schip, dat gereed lag, om naar Tarsis (eene Phoenicische kolonie in Spanje) te stevenen. Op zee verhief zich een zware storm, waardoor de bemanning van het schip in levensgevaar verkeerde. Ieder smeekte om hulp, men deed alle moeite om het gevaar af te wenden, maar Jona lag intusschen rustig en zorgeloos te slapen. Eindelijk besloot men, het lot te laten aanwijzen, wie eene misdaad begaan had, daar de zee al dreigender en onstuimiger begon te worden. Dit nu wees Jona als den schuldige aan. Hij bekende terstond zijne zonde, waarna hij, om zijne reisgenooten van den ondergang te bevrijden, zich gewillig in zee liet werpen. Hij vond echter zijn dood niet in de golven, daar een groote visch hem inslikte, in welks ingewanden hij drie dagen bleef, totdat deze hem weder op het strand uitspuwde. Jona gevoelde berouw en volbracht onmiddellijk den goddelijken last, dien hij ten tweeden male ontving. Hij ging naar Ninevé, welks bewoners hij bekend maakte met het vreeselijk strafgericht, dat na veertig dagen zou voltrokken worden Deze voorspelling maakte zulk een diepen indruk, dat de geheele bevolking zich in rouwgewaad hulde, hare zonden beleed door vasten en onthouding en met hun koning aan het hoofd God om vergiffenis smeekte. Door dit welge-meende berouw ontfermde zich de barmhartige Wereldrechter over de talrijke boetvaardige gemeente. Toen Jona dit merkte, was hij — waarschijnlijk uit vrees, dat men voortaan aan zijne profetische voorspellingen geen geloof meer zou hechten — zoo neerslachtig en verdrietig, dat hij niets liever dan den dood wenschte. Hij vestigde zich eindelijk buiten de stad, waar hem een lommerrijke boom (kikajon), die plotseling ontstond, een aangenaam en verkwikkend rust-oord verschafte. Maar door de even plotselinge verdwijning van dien boom gevoelde hij zich weder diep terneergedrukt,
j יונה.T
Mon. Gesch. 1,13*