wezigen beloofden: »steeds te wandelen in de leer van Mozes, den dienaar Gods, en hare geboden, wetten en rechten op te volgen.” Vooral werd daarin gewezen op de heiliging van den Sabbath, de feestdagen en het vrijlatingsjaar; de stipte opvolging der voorschriften omtrent de gewijde heffingen, priestergaven en den tempeldienst en eindelijk op de instandhouding van het reine familieleven, door geene huwelijken met vreemden meer te sluiten. Nadat de gansche vergadering onder eede op zich genomen had, deze verklaring gestand te doen, werd zij door de hoofden des volks met hunne handteekeningen bekrachtigd.
Terwijl Ezra het godsdienstleven, dat zich thans op zulk eene treffende wijze begon te ontwikkelen, al meer en meer kracht verleende door aanhoudend onderricht, de vorming van jonge geleerden en de vaststelling van verschillende verordeningen, waarop wij in het volgende hoofdstuk terugkomen, bleef Nechemja als pacha van Juda naast zijn geestelijken arbeid ook onvermoeid werkzaam voor het stoffelijk welzijn des lands en vooral van de hoofdstad. De sporen der verwoesting waren er nog lang niet uitgewischt; in plaats van huizen vertoonde zij puinhoopen, in plaats van een woelig en druk verkeer heerschte er wegens de geringe bevolking stilte en verlatenheid. Om dezen treurigen toestand te verbeteren, liet Nechemja er woningen bouwen en vervolgens het bevel afkondigen, dat van de bewoners der dorpen en kleinere steden het tiende gedeelte, dat door het lot aangewezen zou worden, verplicht was, zich te Jeruzalem met der woon te vestigen. Daar de voornamen reeds vrijwillig aldaar hunne woonplaatsen gekozen hadden, kwam er thans eene vrij aanzienlijke en gemengde bevolking, wat den welvaart bevorderde en Jeruzalem tot een krachtig middelpunt des lands verhief. Zoo bleef Nechemja twaalf jaar werkzaam in het belang zijner geloofs-genooten, waarna hij weder naar het Perzische hof terugkeerde.
Zijn vertrek en de dood van Ezra, die waarschijnlijk kort daarna — waar is onzeker — overleed *), hadden voor het Jodendom treurige gevolgen en deden weder in Juda den ouden toestand langzamerhand terugkeeren. De plichten, wier stipte naleving men onder eede op zich genomen had, werden op schandelijke wijze vernalatigd. Men ontwijdde openlijk den Sabbath door handel en arbeid, onthield den priesters en Levieten de gewijde gaven, vermaagschapte zich
') Hij zou den hoogen ouderdom van 120 jaar bereikt hebben.