179
aanspraken te laten varen, maar ook den armen weder hunne bezittingen terug te geven. Het moet dan ook uitsluitend aan zijn beleid en volharding toegeschreven worden, dat het werk eindelijk na 52 dagen geheel voltooid was (25 Eloel).
Het dankbare volk gevoelde thans behoefte, om weder te hooren lezen uit Mozes’ wetboek, wat waarschijnlijk wegens de benarde omstandigheden in den laatsten tijd achterwege was gebleven. Het wendde zich daartoe tot Ezra, die gaarne aan dit verzoek voldeed. Op den eerst-komenden Nieuwjaarsdag trad de godvruchtige leeraar op voor eene groote schare mannen en vrouwen en las haar eene afdeeling voor uit de heilige schrift, die door geleerde Levieten nader ontwikkeld en verklaard werd. De stichtende voordracht maakte op de aanwezigen diepen indruk, vervulde hen met heilige ontroering, zoodat velen tot tranen toe bewogen werden bij de gedachte, dat hun levenswandel nog in menig opzicht niet beantwoordde aan het woord Gods. De boetvaardige gemeente keerde eindelijk op aansporing van Ezra en Nechemja huiswaarts, om het overige gedeelte van den feestdag in opgeruimde stemming door te brengen. Maar reeds den volgenden dag verzamelden zich weder de hoofden des volks, waaronder vele priesters en Levieten: tot Ezra^ door wii-n zij onderricht werden in de voorschriften van het naderend Loofhuttenfeest, dat eveneens door de geheele gemeente »met buitengewone vreugde” gevierd werd. De voorlezingen uit het boek Gods, die gedurende dit feest onder Ezra's leiding dagelijks plaats vonden, en de plechtige viering der Tisri-feesten maakten zulk een overweldigenden indruk, dat men onmiddellijk na afloop daarvan in ootmoed te zamen kwam, om door een algemeenen vasten- en boetedag (24 Tisri) vergiffenis af te smeeken voor de vele begane misdrijven. Nadat er gedurende het eerste gedeelte van dien dag verschillende afdeelin-gen uit de heilige schrift voorgelezen en boetgebeden uitgesproken waren, wijdden eenige Levieten den overigen tijd aan het houden eener godsdienstrede, waarin zij op treffende wijze Israels verleden schilderden. Hoofdzakelijk wezen zij op de vele weldaden, door God aan Zijn volk bewezen, en op de liefde, door Hem steeds betoond, totdat het deze verbeurde door de versmading van Zijn heilig woord. De verkrachting van het verbond, op Sinai gesloten, was de oorzaak der ellende en afhankelijkheid, waaronder Israël thans nog gebukt ging. Aldus eindigde deze stichtende rede, wier doel was, om dit verbond te hernieuwen en onder eede weder te bevestigen. Te dien einde werd er eene schriftelijke verklaring voorgelezen, volgens welke alle aan-