Geschiedenis van het volk Israël

Titel
Geschiedenis van het volk Israël

Jaar
1891

Pagina's
200



174

man, gekleed in het vorstelijk gewaad, versierd met den kroon en gezeten op het paard des konings door de hoofdstad rondleiden en voor hem uitroepen: »zoo geschiedt den man, wien de koning eer wil bewijzen.” Welk eene bittere teleurstelling maakte zich echter van Haman meester, toen hij merkte, dat de koning niemand anders dan Mordechai bedoeld had, en hij zelf het bevel ontving, dien Jood, zijn bittersten vijand, in triumf door de stad te leiden. En toch moest hij hem al deze hulde bewijzen. Bij zijne terugkomst deelde hij zijnen vrienden met weemoed en verbittering dit voorval mede, in wier oogen het de voorbode scheen te zijn van Hatnans naderenden val. Het verzoek, om onmiddellijk aan den maaltijd der koningin te verschijnen, schonk hem weder troost en deed hem den ondervonden smaad vergeten. Maar slechts voor een korte wijle, daar het uur der goddelijke vergelding voor den snoodaard aangebroken was. Toen de koning zijne echtgenoote wederom vroeg, wat toch haar eigenlijk verlangen was, verborg zij dit niet langer, maar smeekte om lijfsbehoud voor zich en haar volk, dat door een vijand, die zich om ’s konings schade niet bekommerde, met een algeheele vernietiging bedreigd werd. Verbaasd over deze raadselachtige taal vroeg de wispelturige vorst haar: »wie en waar is hij, die zich daartoe verstout?” En toen Ester hem antwoordde, dat het de snoode Haman was, verliet hij, in woede ontstoken, de zaal. De minister, die zeer goed begreep, welk een gevaar hem boven het hoofd zweefde, viel als een nederige slaaf voor de voeten der koningin, om haar genade in te roepen. Toen de koning in ditzelfde oogenblik weder terugkeerde en met diepe verontwaardiging van Charbona, een zijner hovelingen, vernam, dat Haman reeds eene galg had laten maken, om den edelen Mordechai op te hangen, gelastte hij, dat deze zelf daaraan opgehangen moest worden.

Hamans dood bracht echter op zich zelf nog geene verandering in het vreeselijk lot, dat den Joden wachtte, daar in het Perzische rijk een koninklijk bevel niet te herroepen was. Op Esters dringende bede werd nu door Mordechai, dien de koning in plaats van Haman tot zijn eersten staatsdienaar verheven had, een tweede koninklijk schrijven verzonden, waarin den Joden verlof gegeven werd, om zich tegen hunne vijanden te verdedigen, zoo dezen den i3den Adar tegen hen opstonden. Dit besluit, waardoor van zelf het eerste edict ingetrokken was, werd door de Joden met groote vreugde begroet en perste bij velen hunner medeburgers eerbied en vrees voor hen af. Evenwel ontbrak het hun niet aan vijanden, die met eene blijde verwachting den dag te gemoet zagen, waarop zij van de koninklijke

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.