moesten uitgeroeid worden op een en denzelfden dag, dien hij door het lot zou bepalen. Het was in de maand Nisan, toen hij het lot wierp, dat den i3<3en Adar als den ongeluksdag aanwees. Hierop wendde hij zich tot den koning, dien hij wees op den eigenaardigen staat der Joden, die, niettegenstaande zij in zijn rijk verstrooid en verspreid leefden, zich toch door hun afzonderlijken godsdienst, hunne zeden en gebruiken van alle overige onderdanen onderscheidden, en in wier oogen de wetten des konings niet de minste waarde bezaten. Het zou, zoo eindigde hij zijne vuige aanklacht, in ’s konings belang zijn, deze vreemde natie niet langer in het rijk te dulden, maar haar geheel aan de vernietiging prijs te geven. Gaarne zou hij de aanzienlijke som van 10,000 kikkar zilver in de staatskas storten, zoo hem toegestaan werd, zich met de uitvoering van dit vonnis te belasten. De wispelturige vorst hechtte onmiddellijk zijne goedkeuring aan dit onmenschelijk plan. > Het geld,” zeide hij, »is u geschonken en doe met dit volk, zooals u goed dunkt.” Haman zond nu terstond aan alle hoogere en lagere beambten des rijks een koninklijk bevelschrift, om den eerstkomenden ijden Adar alle Joodsche medeburgers, zonder onderscheid van geslacht en leeftijd, te dooden en hun buit te plunderen. Welk eene diepe verslagenheid zich van de Joden door het geheele rijk bij het vernemen van dit besluit meester maakte, laat zich gemakkelijk begrijpen. Overal hief men luide jammerklachten aan, legde men tee-kenen van rouw aan den dag.
Oök de Joodsche bevolking van Susan was in diepen rouw gedompeld. In treurgewaad gehuld, bewoog zich
Mordechai onder luid klaaggeschrei door de straten dier stad, tot hij genaderd was voor het koninklijk paleis. Toen
Ester dit met ontzetting vernam, zond zij een harer bedienden. om de oorzaak zijner droefheid te vernemen. Hij stelde haar in kennis van de zware ramp, die geheel Israël boven het hoofd hing, en gaf een afschrift mede van het wreed besluit, met den vurigen wensch, dat de vorstin bij haar gemaal om genade en ontferming zou smeeken voor haar bedrukt volk. Aanvankelijk aarzelde zij aan dit verlangen te voldoen, daar het volgens de Perzische wet op straffe des doods verboden was, ongeroepen voor den koning te verschijnen, maar eindelijk liet zij zich door
Mordechais dringende bede daartoe overreden Op haar
verlangen riep deze alle Joden uit Susan te zamen, dien hij gelastte, met Ester drie dagen met vasten en bidden door te brengen, alvorens zij zich tot den koning zou wenden. Bemoedigd door het gebed en met vol vertrouwen op den machtigen God, begaf zij zich na den