170
moet geweest zijn. Ook nadat zij onder de Perzische heerschappij kwamen, bleef deze onveranderd en bekleedden zelfs — zooals later blijken zal — enkelen hunner belangrijke ambten aan het Perzische hof. Onze gebrekkige kennis van de geschiedenis onzer vaderen in het uitgebreide Perzisch-Medische rijk wordt eenigszins vergoed door een geschiedkundig document, waardoor voor het nageslacht de herinnering is bewaard gebleven aan eene zeer belangrijke gebeurtenis, die plaats gevonden heeft tijdens het bestuur van koning Achasweros. ') Zij geeft weder een sprekend bewijs van de bijzondere bescherming, door God Zijn volk in gevaarlijke oogenblikken verleend, en leert ons, dat de plannen van booswichten, die Zijn volk in het verderf willen storten, door Hem steeds verijdeld worden, zooals de opmerkzame lezer zelf terstond zal inzien.
Achasweros, een trotsch, wispelturig en ijdel vorst, gaf in het derde jaar zijner regeering, — waarschijnlijk na een gelukkig gevoerden oorlog — te Susan, eene zijner residen-tiën, een schitterend feest van 180 dagen voor alle bestuurders, rijksgrooten en legerhoofden van Perzie en Medi'c. Na afloop daarvan bereidde hij voor de bewoners van Susan een niet minder kostbaren feestdisch van zeven dagen, waarbij zich een ieder naar hartelust aan de edelste wijnen kon te goed doen. Uitgelaten door den onmetelijken rijkdom, dien hij daarbij ten toon spreidde, en verhit door den wijn, beval hij op den laatsten dag van het feest, dat zijne gemalin Wasti^ die eveneens in haar paleis met Susans vrouwen feest vierde, getooid in haar vorstelijk gewaad, voor hem zou verschijnen, om zich wegens hare schoonheid te laten bewonderen. Zij weigerde echter aan dit voor haar eergevoel kwetsend bevel te voldoen. De koning, die zich hierover zeer gekrenkt gevoelde, beraadslaagde in
J) Daar deze naam evenals Darjaives en Artachsasta in de latere Bijbelsche en eenige Apokryphen boeken aan verschillende Perzische vorsten gegeven wordt, is het niet zeker, welke koning hier bedoeld wordt. Volgens Flavius Josephus en de Septuaginta is het dezelfde als Artaxerxes Longimanus (465—424), anderen houden hem voor Cam-byses, den opvolger van Cyrus en nog anderen voor Xerxes /, den zoon van Darius Hystaspes (485—465). Dit laatste gevoelen heeft veel waarschijnlijkheid, zoo men de karakterschildering van Achasweros, in het boek Ester geteekend, vergelijkt met die van Xerxes bij verschillende oude profane schrijvers (vgl. overigens Dr. G. B. Winers Bibliches Real-wörterbuch i.v. Ahasverus).