Geschiedenis van het volk Israël

Titel
Geschiedenis van het volk Israël

Jaar
1891

Pagina's
200



168

handeling hieven de priesters, gekleed in hun heilig ambtsgewaad, met het Levieten-koor feest- en dankliederen aan, terwijl ook de talrijke menigte door gejuich en gejubel uiting gaf aan haar dankbaar en verheugd gemoed. De plechtigheid maakte vooral een diepen indruk op de grijzen van dagen, die den eersten tempel nog gekend hadden en daardoor hunne vreugdetranen vermengden met die eener treurige en diep bedroevende herinnering. Het werk, met eene blijde hoop en de schoonste verwachtingen begonnen, moest echter weldra gestaakt worden. Samaria, sinds Jeruzaltms verwoesting, de belangrijkste stad van Judea, kon namelijk door den herbouw van stad en tempel de vrees voor een gevaarlijke mededingster niet onderdrukken. Om hun invloed en gezag te behouden, gaven de Samaritanen hun wensch te kennen, om — naar zij voorgaven — uit eerbied voor den eenigen God, dien ook zij vereerden, deel te nemen aan den tempelbouw. Daar de volksleiders begrepen, dat de verbroedering met dien heidensch-Joodschen stam voor de kolonisten de treurigste gevolgen zou hebben, wezen zij dit verzoek van de hand, onder voorwendsel, dat Cyrus den Joden alleen verlof gegeven had, om den tempel te bouwen. Hierover verbitterd, klaagden zij de Joden bij het Perzische hof aan als een oproerig en weerspannig volk, dat na de voltooiing van zijn nationalen band wel weer spoedig de gehoorzaamheid aan zijn koning opzeggen zou en trachten zijne onafhankelijkheid te verkrijgen. Deze aantijging vond eindelijk een gewillig oor, zoodat volgens een besluit van den Perzischen koning — waarschijnlijk Cambyses, den zoon en opvolger van Cyrus — het werk voorloopig gestaakt moest worden.

De onzekerheid, of het Godsgebouw wel ooit tot stand zou komen, maakte gaandeweg velen onverschillig voor de geestelijke belangen der jeugdige gemeente. Men dacht eindelijk in het geheel niet meer aan de voortzetting van den. arbeid, maar begon voor zich zelf — waarschijnlijk uit de bouwstoffen, die voor den tempel bestemd waren — schoone en sierlijke huizen te stichten. Tegen deze lauwheid en onverschilligheid, die buitendien nog gevoed werd door het gemis aan overtuiging, of de tempel wegens onvoldoende middelen wel ooit tot den gewenschten staat van grootheid en pracht geraken zou, traden eindelijk twee mannen op (519), door wier krachtige en opwekkende taal spoedig een gunstige ommekeer plaats vond. Het waren de Godgezanten Chaggai en Zecharja. In den ongunstigen toestand der kolonie, veroorzaakt door eene voortdurende mislukking van den oogst, zagen zij eene Hemelsche straf en tevens eene aansporing, om het lang gestaakte werk weder

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.