i66
aanklaagden. Thans eerst merkte Darius den valstrik, dien men hem gespannen had. Hoe hard het hem ook viel, moest hij het besluit handhaven, zoodat zijn hooggeschatte staatsdienaar den verscheurenden dieren voorgeworpen werd. Den volgenden dag begaf de vorst zich reeds vroeg naar den leeuwenkuil, maar was niet weinig verbaasd en tevens verheugd, toen hij zijn trouwen vriend ongedeerd zag te midden van het roofgedierte. Hij liet er hem onmiddellijk uithalen en de verraders met hunne vrouwen en kinderen er in werpen, die het wildgedierte tot prooi strekten. Niet alleen op de Joden, maar ook op vele heidensche inwoners maakten dergelijke wonderen een diepen indruk. Werden de eersten daardoor versterkt in hun geloof aan God, de laatsten werden er toe opgewekt en al meer en meer overtuigd van de ijdelheid der afgoderij, zoodat menig hunner den onzichtbaren en onstoffelijken Schepper van hemel en aarde als den eenigen waren God erkende en zich geheel bij het Jodendom aansloot.
HOOFDSTUK XCVI.
Terugkeer der Joden. — Herbouw deB tempels.
De jongste staatkundige gebeurtenissen lieten de Joodsche ballingen lang niet onverschillig, maar versterkten velen hunner in de blijde verwachting, dat het tijdstip van den terugkeer naar hun dierbaar vaderland zeer nabij was. Het eertijds zoo machtige Babel immers was thans gevallen door de ijzeren hand van een overwinnaar, van wien reeds door den profeet Jesaja voorspeld was, dat»hij omtrent Jeruzalem zou gebieden, dat het herbouwd, en betreffende het heiligdom, dat het weder gegrondvest zou worden.” En buitendien had Jeremia in het eerste regeeringsjaar van Nebukadnêtsar in duidelijke bewoordingen voorspeld: > dit geheele land zal zijn tot verwoesting en vernieling en al deze volkeren zullen Babel zeventig jaar dienstbaar zijn. Als deze zeventig jaar verstreken zijn, zal Ik bedenken den koning van Babel en dit volk, spreekt de Eeuwige, wegens hunne zonden en het land der Chaldeèrs zal ik tot eene woestenij maken.” Had men voorheen deze woorden met onverschillige ongeloovigheid aangehoord, thans klonken zij zoo zacht en streelend in de ooren, schonken bemoediging, kracht en leven. De duur der ballingschap toch was, gerekend van Jeruzalems eerste verovering door Nebukadnêtsar (606), thans geëindigd met de komst van Cyrus, Israels heilverkondiger (536). Het