Geschiedenis van het volk Israël

Titel
Geschiedenis van het volk Israël

Jaar
1891

Pagina's
200



komst van vele aanzienlijken, die zich tot nu toe uit vrees voor de Chaldeërs verborgen gehouden, of zich met hun gevolg naar naburige landen begeven hadden, de bevolking weder aanzienlijk vermeerderde. Onder de teruggekeerde vluchtelingen behoorde ook een zekere Ismaèl, de zoon van Nethanja, van koninklijke afkomst, die zich ge-ruimen tijd in het land der Ammonieten opgehouden had. Hij droeg Gedalja, wegens de onderscheiding dezen te beurt gevallen, zulk een bitteren haat toe, dat hij het plan opvatte, om hem uit den weg te ruimen en zich daarna met hulp van Ba'alis, den koning der Ammonieten, aan het hoofd van Juda te plaatsen. Daar hij echter voor Gedalja niets daarvan blijken liet, sloeg deze ook niet het minste geloof aan de woorden van zijn trouwen vriend Jochanan, den zoon van Koréach, die hem waarschuwde voor de gehuichelde vriendschap van den laaghartigen bedrieger. Toen de booswicht eindelijk de gelegenheid gunstig zag, om zijn helsch plan ten uitvoer te brengen, begaf hij zich met tien zijner geestverwanten naar Gedalja, door wien zij voorkomend ontvangen en ter maaltijd genoodigd werden. De edele landvoogd werd thans op verraderlijke wijze overvallen en met velen zijner Israëlietische en Chaldeeuwsche vrienden om het leven gebracht (i of 2 Tisri). Eenige dagen daarna lokte de wreedaard 80 man, die uit Sechem, Silo en Samaria kwamen, om spijs- en wierookoffers te brengen op de plaats, waar het heiligdom gestaan had, naar Mitspa, waar 70 hunner op wreede wijze omkwamen. De snoodaards stelden zich hiermede nog niet tevreden. De weerlooze bevolking van Mitspa werd door hen overvallen en gevankelijk weggevoerd naar het land der Ammonieten. Op het bericht dier gruwelen zetten Jochanan en zijne vrienden de snoodaards terstond achterna en haalden hen reeds te Gib'on in. De gevangenen werden ontzet, maar Isrnael wist met acht der zijnen te ontkomen.

Al had deze wreedaard zijn eigenlijk doel ook niet bereikt, waren toch door zijn misdrijf de laatste stralen van hoop voor »de rest van Juda” ondergegaan. Uit vrees, dat Nebukadnétsar zijne verbolgenheid over Gedalja's vermoording aan hen zou koelen, besloten zij, het vaderland te verlaten en zich naar Egypte te begeven. Zij maakten Jeremia met dit voornemen bekend, dien zij tevens verzochten, dat hij de Godheid daaromtrent zou raadplegen. Hij trachtte hen gerust te stellen door de goddelijke verzekering, dat zij van de Babylonkrs volstrekt geen kwaad te duchten hadden, maar dat hen daarentegen in Egypte zware ongelukken wachtten. Men sloeg echter dien wel-gemeenden raad in den wind, in de meening, dat Jeremia

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.