Geschiedenis van het volk Israël

Titel
Geschiedenis van het volk Israël

Jaar
1891

Pagina's
200



iS7

de hoofdstad (io Tebeth 588), dat met eene korte tusschen-ruimte anderhalf jaar duurde. Het werd namelijk gestaakt, om tegen Pharao Hof ra ten strijde te trekken, op het bericht, dat deze de benarde stad te hulp snelde. Hij leed eene volkomen nederlaag en werd genoodzaakt terug te keeren, waarna men het beleg met verdubbelde kracht voortzette. Ofschoon de hongersnood zich in Jeruzalem in hevige mate deed gevoelen, bood men nog moedig tegenstand, ook nadat reeds de eerste bressen in de muren geschoten waren (9 Tammoez 586). Tsidkia verliet heimelijk des nachts met zijne hofhouding de belegerde stad. Toen de belegeraars dit gewaar werden, vervolgden zij hem en namen hem niet ver van Jericho gevangen. Voor Nebukad-nltsar te Ribla gevoerd, moest hij op schrikkelijke wijze voor de schending van zijn eed boeten. Nadat zijne zonen voor zijne oogen gedood waren, werd hij, van zijn gezicht beroofd, naar Babel gevoerd, waar hij vele jaren in den kerker doorbracht, totdat de dood een einde maakte aan zijn treurig bestaan.

Het laatste uur had voor Jeruzalem geslagen. Het bood Nebukadnltsars opperbevelhebber Nebuzaradan nog eenige weken tegenstand, maar moest eindelijk voor den vijand zwichten. Jeremia’s voorspellingen werden thans letterlijk vervuld. De tempel werd, van zijne kostbaarheden beroofd, in asch gelegd en tegelijk daarmede Jeruzalem, »de vorstin der volkeren” in een puinhoop herschapen. (9—10 Ab.) Het grootste deel der bevolking werd naar Babylonïè gevoerd, alleen de armen en behoeftigen bleven achter ter bebouwing van akkers en wijngaarden. Gedalja, de zoon van Achikam, werd tot landvoogd aangesteld. Zoowel hij als Jeremia genoten Nebukadnltsars gunst, omdat zij, overtuigd van Jeruzalems val, nog in den uitersten nood het volk tot de overgave der hoofdstad aangespoord hadden. Jeremia, wien de koning het verblijf op den vaderlijken bodem toestond, begaf zich tot Gedalja te Mitspa, om met hem te arbeiden in het belang zijner bedrukte broeders.

HOOFDSTUK XCIII.

Juda’s rest. — Gedalja.

»De rest van Juda” begon zich onder leiding van Gedalja en Jeremia weer langzamerhand van hare wonden te herstellen. Men keerde tot den veldarbeid terug, ontwoekerde den bodem zijne vruchten, terwijl door de terug-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.