Geschiedenis van het volk Israël

Titel
Geschiedenis van het volk Israël

Jaar
1891

Pagina's
200



is, dat hij op diens raad tegen Necho ten strijde trok. Ook Josia’s zoon Sallutn, die hem onder den naam van Jehoachaz opvolgde, scheen blijken te geven van meer gehechtheid aan de Babylonische dan aan de Egyptische monarchie. Hij werd althans reeds na een bestuur van drie maanden door Necho te Ribla (in Chamath) ontboden, door wien hij van den troon ontzet en gevankelijk naar Egypte medegevoerd werd. Bovendien legde Necho het rijk, waarover Jehoachaz' ouderen broeder Eljakim, onder den naam van Jehojakim door hem als vorst aangesteld werd, eene zware brandschatting (ioo kikkar zilver en een kikkar goud) op.

Daar de Egyptisch-gezinde partij in Juda, die tevens de afgoderij en zedeloosheid huldigde, in dezen vorst een hartstochtelijken voorstander vond, kwam Jeremia openlijk tegen hem en hare overige leiders op. Nu eens waarschuwde hij op Jeruzalems pleinen, dan weder in het voorhof des tempels vorst en volk voor een onberaden stap, waardoor de staat ten val zou gebracht worden. En toen men hem den toegang tot den tempel ontzeide, liet hij door zijn dienaar Baruch zijne gehouden redevoeringen in eene rol opschrijven, en deze aan het verzamelde volk voorlezen. Toen den koning deze rol door eenige rijksgrooten, op wie de profetische voorspellingen een diepen indruk gemaakt hadden, overhandigd werd, scheurde hij haar, nadat men er hem eenige plaatsen uit voorgelezen had in stukken, die hij aan de vlammen prijs gaf. Tevens gaf hij bevel, Jeremia en Baruch gevangen te nemen, maar het gelukte hun aan de woede van den goddeloozen vorst te ontkomen. De trouwe wachter van lsrad liet zich, ook nadat een zekere Godsgezant Uria op Jehojakims bevel gedood was, niet ontmoedigen, maar bleef voortdurend in donkere kleuren de tafereelen van Juda's ondergang teekenen, die helaas maar al te spoedig in werkelijkheid zouden waargenomen worden.

HOOFDSTUK XCII.

Juda’s ondergang.

Nabopolassers zoon en opvolger, Nebukadnêtsar, onder wiens 43-jarig bestuur Babylonie de opperheerschappij verkreeg over voor -Azië, maakte zich reeds kort na de overwinning op Necho bij Karkemis (Circesium) aan den Euphrat(605) meester van Juda. Hij stond op het punt, om Jehojakim, die reeds in boeien geklonken was, naar Babel mede te voeren, maar liet hem weder in het bezit van den troon,

Mon. Gesch.1,11*

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.