*5°
met groote plechtigheid voor zijne gewijde bestemming geopend werd. Om het godsdienstig en nationaal gevoel al meer op te wekken, liet hij door gezanten al zijne onderdanen tot viering van het Paaschfeest aansporen. *) Dezen bezochten ook het broederrijk, dat toen zijn ondergang te gemoet snelde. Slechts bij enkele stammen vonden zij gehoor, maar de meesten waren reeds zoo diep gezonken, dat zij de koninklijke boden onder hoon en spot heenzonden. Daarentegen stroomden uit Juda zeer velen naar Jeruzalem ter viering van het feest der bevrijding, dat evenals de daaropvolgende feestdagen met groote plechtigheid en in echt godsdienstige vreugde ten einde gebracht werd. Na afloop daarvan regelde de koning den eeredienst en verdeelde hij de verschillende heilige functiën onder de priesterlijke familiën.
Lagen de godsdienstige belangen Jechizkia zeer na aan het hart, niet minder zorg wijdde hij aan de verbetering van het krijgswezen en het herstel der vestingwerken. Daardoor kon hij niet alleen de Philistijnen met gelukkig gevolg bestrijden, maar gevoelde hij zich eindelijk zoo sterk, dat hij weigerde Assyrie de jaarlijksche schatting te betalen, die het zijn vader opgelegd had. Sanchérib, die na den dood van Sargon, Salmanésers opvolger, den troon van Assyrie beklommen had, verscheen hierop in Jechizkia's veertiende regeeringsjaar op zijn tocht naar Egypte in Juda, om den afgevallen vorst weder te onderwerpen. Hij maakte zich achtereenvolgens van verscheiden vestingen meester en was in korten tijd tot Lac/iis doorgedrongen. Men vreesde het ergste, zoodat Jechizkia, thans overtuigd, dat hij tegen den machtigen Assyriër niets kon ondernemen, zich bereid verklaarde, de aanzienlijke som van 300 kikkar zilver en 30 kikkar goud te leveren, die deze van hem eischte, zoo hij van het beleg der hoofdstad zou afzien. De trouwelooze vorst nam deze som aan, waartoe /echizkia zoowel zijn eigen vermogen als dat van den tempel uitputte, maar liet evenwel kort daarna zijne voornaamste veldheeren tegen Jeruzalem oprukken. In trotsche en overmoedige taal spoorde een dezer, Rabsaki genaamd, Jechizkia!s gezanten tot de overgave aan, waarbij hij zich met opzet van de Hebreeuw-sche taal bediende, opdat ook de burgerij hem kon verstaan. Jechizkia, aanvankelijk door het ongunstig bericht zijner
') Daar het niet op den bepaalden tijd kon gevierd worden, werd het tot de volgende maand uitgesteld. Men verklaarde daartoe het afgeloopen jaar tot een schrikkeljaar, door Nisan als de dertiende maand (Adar séni) te tellen.