Geschiedenis van het volk Israël

Titel
Geschiedenis van het volk Israël

Jaar
1891

Pagina's
200



149

Juda's toestand nog onder het bestuur van Jothams zoon, Achaz. Zooals wij reeds vroeger medeaeelden (zie bl. 137) riep deze vorst bij het beleg zijnej hoofdstad door de koningen Pêkach en Retsin de hulp in van Tiglath-Pilêser, den koning van Assyrië. Deze verklaarde zich daartoe wel bereid, maar het bleek weldra, dat deze hulp duur betaald was. Achaz verbeurde zijne onafhankelijkheid en werd evenals Hosëa den Assyrischen koning schatplichtig. Niettegenstaande deze zware rampen bleef hij verstokt van gemoed; hij gevoelde zich daardoor volstrekt niet opgewekt, om tot den God der vaderen terug te keeren. Integendeel, toen hij na het ontzet zijner hoofdstad te Damas-kus kwam, om den koning van Assyrië persoonlijk zijne dankbaarheid te betuigen en hij bij deze gelegenheid aldaar een kunstig bewerkt afgodsaltaar opmerkte, gaf de ijdele en lichtzinnige vorst onmiddellijk den priester Uria bevel, een dergelijk te vervaardigen en het in plaats van het eenvoudig koperen altaar in den tempel te Jeruzalem op te richten. Met zijn terugkeer sloop het Heidendom al meer en meer Juda’s hoofdstad binnen. Op verschillende plaatsen verrezen afgodsbeelden ; in het schoone dal Ben-Hinnom werd een vuur-dienst (Topheth) ingevoerd, waar kinderen den Molech geofferd worden ; eindelijk liet hij zelfeden tempel sluiten. Onder zulk een gruwelijk en goddeloos beheer konden Juda's aanzienlijken hunne lage hartstocfiten ongestraft bot vieren.

HOOFDSTUK LXXXIX.

Jeohizkia.

Het woeste Heidendom vond Veldra een feilen bestrijder in Achaz’ opvolger Jechizkia of Chizkia, wiens opvoeding, naar het schijnt, geheel door den profeet Jesaja geleid werd. Hij vormde in alle opzichten de tegenstelling zijns vaders en trachtte met denzelfden ijver het vaderlijk geloof te herstellen, waarmede deze het ondermijnd had. Terstond na zijne troonsbeklimming liet hij het land van den walgelijken afgodendienst zuiveren; alle afgodsbeelden, gedenkzuilen, gewijde bosschen en ook de koperen slang door Mozes vervaardigd (zie bl. .51), evenzeer het voorwerp eener bijgeloovige godsvereering, vernietigen. Daarna gebood hij, den tempel, die door zijn vader door allerlei afgodsbeelden ontwijd en eindelijk geheel gesloten was, te reinigen. Den ïódcn Nisan hadden de priesters en Levieten hun werk voltooid, waarna het heiligdom weder

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.