Geschiedenis van het volk Israël

Titel
Geschiedenis van het volk Israël

Jaar
1891

Pagina's
200



144

naar Jeruzalem terugkeerde, om God voor deze wonderbare redding in Zijn heiligdom te danken. Jehosaphat eindigde zijn leven na een roemrijk bestuur van 25 jaar in de hoop, dat zijne zeven zonen, die hij met hooge posten bekleed had, en waarvan hem de oudste, Jehoram, opvolgde, zijne voetstappen drukken en door hun vromen levenswandel den bloei des rijks bevorderen zouden.

HOOFDSTUK LXXXVI.

Athalja's invloed.

Jehosaphats vurige wensch werd echter niet verwezenlijkt, daar Jehoram den weg zijns edelen vaders volstrekt niet bewandelde, maar zich geheel liet leiden door zijne snoode en goddelooze gemalin Athalja, eene waardige dochter van Izébel. Hij wijdde zijne regeering in door al zijne broeders benevens verscheidene prinsen van Israëls koningshuis te laten vermoorden, om zich van het ongestoord bezit van den troon te kunnen verzekeren. Door de invoering van den beeldendienst brak hij weldra af, wat zijn vader met veel opoffering opgericht had. De straf, die hem wegens deze snoodheden door den profeet Elia schriftelijk voorspeld was, trad spoedig in vervulling. De Edomieten zeiden hem de gehoorzaamheid op. Ook nadat zij door hem gevoelig geslagen waren, weigerden zij zijne opperheerschappij te erkennen. De Philistijncn richtten met de Arabieren verwoestingen aan in zijn rijk, plunderden zijne bezittingen voerden zijne vrouwen en kinderen, behalve den jongsten zoon, Jehoachaz of Achazja, als krijgsgevangenen mede. Hij zelf werd eindelijk door eene ongeneeselijke ingewandsziekte aangetast, waaraan hij na een langdurig lijden bezweek. Niemand betreurde den dood van dien snooden vorst, die zonder eenige eerbewijzing, en niet in den koninklijken grafkelder begraven werd.

Het éénjarig bestuur van Achazja bracht geene gunstige verandering in Juda's toestand, daar deze geheel onder den invloed zijner moeder stond en van gewetenlooze raadslieden, die niets achterwege lieten, om hem zedelijk te ondermijnen. Nadat hij — zooals wij reeds vroeger meldden (zie bl. 133)— -te Jizre' eel gedood was, maakte Athalja zich van den troon meester.

De rampen, die het rijk door Jehorams ongelukkige echtverbintenis reeds doorstaan had, waren slechts het voorspel van de ellende, waaraan het tijdens Athalja's zesjarig bestuur

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.