M3
door zijn onvermoeid streven in het belang van den godsdienst, tot verspreiding van kennis en beschaving en tot verbetering der rechtspleging. Te dien einde liet hij reeds in het derde jaar zijner regeering Levieten en priesters door het land reizen, om het woord Gods te verkondigen, jong en oud te onderwijzen in de heilige leer. waarvan zij afschriften met zich voerden. Voorts richtte hij in de belangrijkste steden rechtbanken op, wier rechters hij vóór hunne aanstelling bekend maakte met de verheven plichten, hun door de goddelijke wet opgelegd. In de hoofdstad zetelde het hooge gerechtshof, dat uit wetgeleerden van den stam Levi bestond en uitspraak moest doen in zeer belangrijke aangelegenheden.
Jehosaphat was de eerste koning van Juda, die in vrede leefde met het rijk Israël. Hij verzwagerde zich zelfs met diens koning Achab. doordien hij — zooals wij reeds vroeger mededeelden — zijn zoon Jehoram in het huwelijk liet treden met Achabs dochter Athalja. Wekt reeds deze onberaden stap onze verbazing op, nog meer moet het ons verwonderen, dat de godvruchtige vorst zich ook verleiden liet tot het sluiten van een bondgenootschap met Israëls snooden koning, om hem bij te staan in den oorlog tegen Syrië (zie bl. 130). De profeet Jéhu hield het dan ook niet voor hem verborgen, dat hij daardoor Gods toorn opgewekt had, maar uithoofde van zijn overigens edel en weldadig bestuur ongestraft zou blijven. Desniettegenstaande verbond hij zich later weder met Israëls koning Jehoram in den oorlog tegen de Moabicten De nadeelige gevolgen dier verkeerde staatkunde lieten niet lang op zich wachten. De Moabieten en Ammonieten trokken, in vereeniging met de Edomieten, die aan Juda cijnsbaar waren, en eenige Syrische volksstammen, tegen Jehosaphat ten strijde. Hunne verschijning veroorzaakte in Juda diepe ontsteltenis. Op ’s ko-nings bevel hield men een algemeenen vasten- en boetedag, terwijl hij zelf met de rijksgrooten in den tempel Gods hulp inriep. Het leger trok, daardoor bemoedigd, onder het aanheffen van lofliederen ten strijde. In het vijandelijk kamp was intusschen eene schromelijke verwarring ontstaan. De Ammonieten en Moabieten hadden namelijk, in den waan, dat zij door hunne bondgenooten verraden waren, tegen elkander de wapenen gekeerd, waardoor er een afgrijselijk bloedbad aangericht werd. Toen Jehosaphat nu op het slagveld verscheen, vond hij er bijna niets anders dan de lijken der vijanden en sloegen de weinige overgeblevenen, met achterlating van veel levensmiddelen en wapenen, op de vlucht. Het Israëlietisch leger hield zich drie dagen bezig met de plundering van den buit, waarna het in triumftocht