142
zetting van Rama de vijandelijkheden begon. Juda's vorst toonde zich echter thans niet zoo godvruchtig als den vorigen keer. Hij riep de hulp in van den Syrischen koning Ben-Hadad, en dat nog wel ten koste van zijne eigen schatten en die des tempels. Ofschoon Juda daardoor den vrede terugkreeg, waren er toch velen, wien het zeer misviel, dat deze op zulk eene wijze verkregen was. Asa had immers thans getoond, geen onbepaald vertrouwen meer te stellen in God, wiens grenzelooze macht hem vroeger zoo duidelijk gebleken was. De profeet Chanani bracht hem dan ook als vertegenwoordiger der streng geloovige partij dit misdrijf met klem onder het oog. In plaats van zijne dwaling te belijden, gevoelde Asa zich over deze ernstige terechtwijzing zeer gekrenkt en liet zelfs den Godsgezant gevangen nemen. Een dusdanig vergrijp, dat in Juda een nog onbekend verschijnsel was, wekte de verbittering van het volk in geen geringe mate op. Er brak een oproer uit, dat eerst na het verlies van vele menschenlevens tot bedaren gebracht werd. Sinds dien tijd had er blijkbaar eene verandering in Asa’s karakter plaats gevonden; ook toen hij in zijne laatste jaren door het voeteuvel aangetast werd, raadpleegde hij geenen profeet, maar verliet hij zich uitsluitend op zijne geneesheeren, die hem echter niet vermochten te herstellen.
HOOFDSTUK LXXXV.
Jehosaphat.
Waren Asa’s laatste regeeringsjaren voor Juda minder verkwikkend, met de troonsbeklimming van zijn zoon en opvolger Jehosaphat brak er weder een tijdperk aan van voorspoed en geluk. Ofschoon zich deze godvruchtige vorst de geestelijke ontwikkeling zijner onderdanen zeer ter harte nam, zag hij ook hun staatkundig en stoffelijk belang geenszins over het hoofd. Door de uitbreiding van het leger, dat hij tot een getalsterkte bracht van ruim elf-honderd duizend man, de versterking der vestingen en door het aanleggen van burchten en voorraadschuren, verleende hij zijn rijk aanzien naar buiten, perste hij den naburigen volkeren, zonder tegen hen de wapenen op te vatten, vrees en ontzag af. De Philistijnen en eenige Arabische stammen boden hem zelfs aanzienlijke geschenken aan als bewijs hunner onderdanigheid. Ook trachtte hij door het uitrusten van eene koopvaardijvloot den handel te bevorderen. Daar de vloot evenwel door stormen vernield werd, moest hij daarvan afzien. Bijzonder beroemd heeft Jehosaphat zich gemaakt