Geschiedenis van het volk Israël

Titel
Geschiedenis van het volk Israël

Jaar
1891

Pagina's
200



*37

Jarob'atn werd na een langdurig bestuur opgevolgd door zijn zoon Ztcharja, die reeds na 6 maanden door de hand eens sluipmoordenaars, Sallum geheeten, omkwam. Mei hem eindigde niet alleen Jëhu’s dynastie, maar weldra ook Israëls vrijheid en onafhankelijkheid, zooals de Godsgezanten voorspeld hadden.

HOOFDSTUK LXXXIII.

De Assyrische overheersching. — Ondergang van het rijk Israël.

Angst en moedeloosheid maakten zich van de Israëlieten meester op het bericht van de komst der Assyriërs, die thans voor de eerste maal onder hun koning Pul uit het noorden tegen hen aanrukten. Het Assyrische leger toog »met zijne gewette pijlen, gespannen bogen en snelle rossen” van Chamath en Dam as kus naar Israëls noordelijke stammen, die het zonder eenige moeite onderwierp, waarna het zich van het stamgebied van Zébulon en Naphtali meester maakte. Koning Menachem, die Sallum na een bestuur van slechts ééne maand gedood en zich van Israëls troon meester gemaakt had, waagde het in het geheel niet den machtigen veroveraar weerstand te bieden, maar bewoog hem door de aanbieding van een aanzienlijk losgeld (1000 kikkar zilver) het land te verlaten. »Zoo werd Israëls vermogen door vreemden verteerd, door een vijand, die uit een land gekomen was, nog verder dan Damaskus.” Het rijk had zijne onafhankelijkheid verloren, daar Menachem en zijne opvolgers niets meer waren dan vazallen van Syrië met behoud van den koningstitel. Menachem werd opgevolgd door zijn zoon Pekachja, die na eene regeering van ongeveer twee jaar bij een oproer door zijn veldoverste Pëkach om het leven gebracht werd. Deze voorlaatste koning van Israël verhaastte door eene onverstandige en overijlde staatkunde den val van het rijk. In vereeniging met Rctsin, koning van Syrië, toog hij tegen Jotham, koning van Juda, ten strijde, waarschijnlijk omdat deze geen deel wilde nemen aan een bondgenootschap tegen Assyrië. Met gelukkig gevolg zetten zij den oorlog voort tegen Jothams zoon en opvolger Achaz en sloegen eindelijk het beleg voor Jeruzalem. In den nood wendde zich Juda's koning tot Tig-lath-Piliser, den opvolger van Pul, dien hij door aanzienlijke schatten bewoog, hem hulp te verleenen. Deze trok met een machtig leger naar Syrië, waar hij zulke

Mon. Geach. 1,10

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.