Geschiedenis van het volk Israël

Titel
Geschiedenis van het volk Israël

Jaar
1891

Pagina's
200



Heidendoms volstrekt niet uit, maar week evenals zijne voorgangers af van den weg Gods en van Mozes' wetboek. Een profeet voorspelde hem deswegens, dat zijne nakomelingen slechts tot in het vierde geslacht op Israèls troon zouden zitten. Evenmin als de vorige vorsten, kon ook hij Syrië het hoofd bieden, zoodat Chazaël tegen het einde van fe’hu’s bestuur reeds meester was van het geheele trans-jordaansche gebied. Niet minder leed het rijk Israël tijdens het bestuur van Jéhu's zoon, Jehoachaz, door de verwoestende invallen van Chazaël en zijn zoon Ben-Hadad. Het verloor vele steden en hield bijna geene weerbare manschappen meer over. Uit dien neteligen toestand werd het echter gered door Jehoachaz' zoon en opvolger, den dapperen Jehoas, die de Syriërs in drie achtereenvolgende veldslagen overwon, zooals hem Elisa kort voor zijn dood voorspeld had, en hen noodzaakte, van alle veroverde steden afstand te doen. Niet minder voorspoedig was hij in den oorlog tegen Amatsja, den koning van Juda, dien hij te Beth-Sémes zulk eene gevoelige nederlaag toebracht, dat hij ongehinderd Jeruzalem kon binnendringen, waar hij zich meester maakte van de koninklijke schatten alsmede van de gouden en zilveren tempelvaten. Onder zijn zoon en opvolger Jarob'am bereikte het rijk Israël een te voren ongekenden trap van aanzien en macht en breidde het door de overwinningen op Syrië zijne noordelijke grenzen uit tot Damaskus.

Jammer slechts, dat met den staatkundigen bloei de zedelijke en godsdienstige toestand geen gelijken tred hield. Integendeel, de welvaart maakte het volk lichtzinnig, verwijderde het al meer van de waarachtige Godserkenning en bevorderde de onzedelijkheid. In dien tijd trad te Beth-El, den zuidelijken zetel van den kalverdienst, de profeet Amos uit Tekna op. Luide verhief hij zijne stem tegen het toenemend zedebederf, waardoor de natie hare eigen krachten sloopte en haren ondergang voorbereidde. De afgodspriester Amatsja, die zich door deze ernstige taal diep gekrenkt gevoelde, klaagde den profeet bij koning Jarob'am aan als een opruier en onruststoker, waardoor hij genoodzaakt werd, het rijk te verlaten. Nadat hij Amatsja het noodlottig uiteinde van zijn geslacht voorspeld had, keerde hij naar Juda terug, waar hij waarschijnlijk zijne redevoeringen te boek stelde. Wellicht gelijktijdig of althans zeer kort na hem trad ook de profeet Hoséa onder Israël op, om door ernstige boetpredikatiën het afgedoolde volk weder tot het pad der zedelijkheid en ware Godserkenning terug te brengen. Hunne woorden maakten echter geen indruk op het volk, dat reeds te diep gezonken was, zich te ver in den maalstroom van uitspatting en losbandigheid geworpen had.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.