Geschiedenis van het volk Israël

Titel
Geschiedenis van het volk Israël

Jaar
1891

Pagina's
200



128

door drogredenen liet verblinden, maar niet anders dan waarheid wenschte. »Ik alleen,” zoo vervolgde hij, »ben van de profeten Gods overgebleven en ziet hier 450 Ba’al-priesters tegenover mij. Heden zullen zij van twee varren één slachten en diens stukken op het altaar rangschikken, waama met den anderen door mij evenzoo zal geschieden. Ieder onzer zal zijn God aanroepen; het Wezen nu, dat door het doen nederdalen van vuur op de offerstukken ons gebed verhoort, heeft zich daardoor geopenbaard als de eenige, machtige God,” De ifaW-priesters konden zich aan deze proef, waartoe hen ook de omstanders aanspoorden, niet onttrekken. Zij slachtten een der beide varren, riepen vervolgens Ba'al aan van den ochtend tot den middag, maar het vuur daalde niet neder, om het offer te verteren. »Roept met luider stemme! voegde Elia hun spottend toe, wellicht is hij in bezigheden verdiept of in slaap gedompeld.” Zij verhieven hunne stem, maakten zich inkervingen in hun lichaam en zetten hun heidenschen dienst voort tot tegen den avond, maar... Ba!al antwoordde niet. Eindelijk richtte Elia uit 12 steenen een altaar op, waarop hij de offerstukken van zijn stier rangschikte. Hij liet er water over uitgieten, en wel in zulk eene menigte, dat ook de gleuf, om het altaar getrokken, er door gevuld werd. Op zijn gebed daalde onmiddellijk vuur uit den hemel neder, dat het water oplekte en het offer verteerde. De aanwezigen, diep getroffen door den aanblik dier Goddelijke verschijning, knielden ter aarde en riepen tot tweemaal toe: »de Eeuwige is de ware God.” Opdat de heilige geestdrift, waarin het volk thans verkeerde, niet weder even spoedig door de .BaW-priesters uitgedoofd zou worden, beval Elia, hen te grijpen en ter dood te brengen. Welken indruk maakte dit treffend tafereel op Achab, die tevens met eigen oogen zag, hoe zijne priesters de een na den ander naar de beek Kison gesleurd werden, om daar de doodstraf te ondergaan? Koesterde hij thans een nog fel-leren haat tegen den Godsgezant, of verootmoedigde ook hij zich voor den Eeuwige, die hem en zijn rijk zoo gevoelig gekastijd had? Naar het schijnt bleef hij koud en onverschillig bij Elia's doortastende maatregelen, daar de voorspelling, dat de lang verwachte regen weldra vallen zou, den zinnelijken vorst meer belang inboezemde. Hij keerde naar Jizre'eel terug, waar hij Izébel alles mededeelde, wat Elia verricht had.

Izébel bleef bij deze berichten niet zoo gelaten als haar echtgenoot. Vol woede en verbittering liet zij Elia weten, dat hij den moord, op hare priesters gepleegd, weldra met den dood zou boeten. Deze verliet hierop terstond weder

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.