Geschiedenis van het volk Israël

Titel
Geschiedenis van het volk Israël

Jaar
1891

Pagina's
200



H4

boseth en den tachtigjarigen Barzilai aan den dag gelegd. De afgevaardigden van Jsraëls stammen waren bij hunne komst te Gilgal zeer verontwaardigd, toen zij onder ’s konings gevolg reeds gezanten uit Juda opmerkten. Bewees dit niet, dat deze stam boven de andere bevoorrecht werd ? Van de algemeene ontevredenheid, die men daarover aan den dag legde, maakte een Benjaminiet, Séba^ een schandelijk misbruik. Onder den uitroep: 1 Wij hebben geen deei aan David, geen erfgoed aan Jisai’s zoon!” hitste hij het volk tot oproer aan. Zoo dreigde weder een nieuwe burgeroorlog uit te barsten. David gaf bij zijne terugkomst te Jeruzalem Amasa hevel, binnen drie dagen een leger op de been te brengen. Toen deze op den bepaalden tijd niet verscheen, trok Abisai, op ’s konings bevel, met zijne troepen tegen den oproerling Séba ten strijde. Joab kon het dreigend gevaar niet rustig toezien en sloot zich uit eigen beweging bij zijn broeder aan. Te Gib'on ontmoette hij Amasa, dien hij uit wangunst op verraderlijke wijze om het leven bracht. Amasa's troepen trokken met die van Joab en Abisai naar de noordelijke vesting Abel^ waar zich Séba verschanst hield, en belegerden haar. Joab was reeds bezig hare muren te rammeien, toen, op aanraden eener vrouw, Séba gevangen genomen en het afgehouwen hoofd van den oproerling den belegeraars over den muur toegeworpen werd. Hierop liet Joab den aftocht blazen en keerde hij naar zijn vorst terug, die hem uit dankbaarheid weder tot opperbevelhebber benoemde.

Nog mocht David na zooveel ellende geene rust smaken, daar zijn land waarschijnlijk te dier tijd door zware volksrampen geteisterd werd. Deze waren volgens den gewijden geschiedschrijver goddelijke straffen voor misdaden, die ons echter niet duidelijk uiteengezet, maar op eene eenigszins raadselaclitige wijze omschreven worden. In de eerste plaats woedde er een driejarige hongersnood in het rijk, tot straf voor Sauls moord op de onschuldige priesters van Nob^ waarbij ook van de Gibonieten, wien Josua onder eede lijfsbehoud verzekerd had, slachtoffers gevallen waren. Eerst na den dood van zeven nakomelingen van Snul werd dit misdrijf verzoend. Bij deze gelegenheid vereerde David weder het aandenken van Saul en Jonathan, door hun gebeente uit Jabes naar het familiegraf van Kis te laten overbrengen.

Niet lang daarna gaf David bevel, eene volkstelling te houden, waardoor hij Gods verbolgenheid weder opwekte 1).

1

Ofschoon eene volkstelling over het algemeen bij Israël niet mocht plaats vinden en, zoo deze geschiedde,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.