de nabijheid Van het woud van Epkroüm kwam het tot een treffen. Davids geoefende en beproefde strijders overwonnen het in allerijl verzamelde en ongeoefende leger van Absalom, dat buitendien veel te worstelen had met de plaatselijke gesteldheid. Twintig duizehd man sneuvelden in den strijd of verloren het leven op de vlucht. Absalom zelf vluchtte op een muilezel. In een dicht begroeid eikenbosch raakte hij met zijne lange haren verward tusschen de takken, terwijl het dier onder hem doorreed. Op het bericht hiervan begaf Joab zich naar de aangewezen plaats, waar hij hem, niettegenstaande Davids uitdrukkelijk verbod, drie spietsen door het hart stak. Zijne krijgsknechten maakten hem verder af en begroeven hem onder een steenhoop, ’s Konings vreugde over den gelukkigen afloop van den burgeroorlog werd spoedig vergald door het doodsbericht van zijn zoon. Diepe droefheid maakte zich van hem meester en luide betreurde hij zijn Absalom, in wiens plaats hij wenschte gestorven te zijn. Zijne strijders trokken in plaats van in triomf stil en sluiksgewijze Machamïm binnen. David wilde zich in den beginne in het geheel niet aan hen vertoonen, maar liet zich eindelijk door Joab daartoe bewegen. Joab was echter, omdat hij, niettegenstaande ’s konings verbod, Absalom gedood had, bij zijn vorst in ongenade gevallen en Amasa werd in zijne plaats tot opperbevelhebber benoemd.
HOOFDSTUK LXX.
Darids terugkeer. — Volksrampen.Daar het volk thans inzag, hoe ondankbaar het zich jegens zijn edelen vorst gedragen had, wilde het, op het bericht, van AbSaloms dood, hem weder in triomftocht naar de hoofdstad terugvoeren. Toen üavid daarvan kennis kreeg, gelastte hij, door tusschenkomst van de priesters Tsaddk en Ebjalhar, zijn stamgenooten, vroegtijdig te Gilgal, waar hij over de Jordaan zou trekken, aanwezig te zijn, daar hij niet gaarne zag, dat zij bij dit huldebetoon ten achter zouden blijven. Onder hen, die bij David hunne opwachting maakten, schaarde zich ook sim'i. Met een gevolg van i ooo man ging hij den koning te gemoet, wien hij openlijk om vergiffenis smeekte voor zijn snood gedrag. De edelmoedige vorst nam hem in genade op en verzekerde hem lijfsbehoud. Niet minder werd David getroffen döOr de ondubbelzinnige blijken van vreugde, door MefHi-