aan zielenadel moed en onverschrokkenheid paarde, nog duidelijker vertoonden zich deze, nadat bij koning van geheel Iaraël geworden was. Door schitterende overwinningen breidde hij de grenzen van zijn rijk aanmerkelijk uit en maakte ook de grondslagen daarvan door vele veranderingen en verbeteringen op staatkundig en godsdienstig gebied hecht en sterk. Met zijne troonsbeklimming opent zich dan ook voor zijn volk een tijdperk van roem en grootheid, van welvaart en bloei. De zaden eener hoogere ontwikkeling en beschaving, door Samuel gestrooid, kwamen onder hem tot ontwikkeling en rijpheid ; vooral de Hebreeuwsche dicht-kumt bereikte in en door hem haar toppunt. Het leven van David, den onsterfelijken psalmdichter, wordt door Iaracla geschiedschrijvers en profeten tot voorbeeld gesteld van ware deugd en godsvrucht.
Reeds terstond na zijne troonsbeklimming toonde hij, aan welke krachtige hand de teugels van het staatsbestuur toevertrouwd waren, door de verovering van Jeruzalema bovenstad of den burcht Taion, die, gelegen op den berg van denzelfden naam, nog altijd in de macht der Jebusieten^ een Emorietischen stam, was. Bij deze gelegenheid verrichtte Joab eene heldendaad, waardoor hij tot opperbevelhebber van Davida leger benoemd werd. David verhief dezen burcht onder den naam van Ir-David tot zijne residentie en Jeruzalem tot zijne hoofdstad. Davids verheffing tot koning van geheel Israël griefde vooral de Phi/istijnen. die reeds verscheiden malen door hem zoo gevoelig geslagen waren. Zij snelden weder te wapen en drongen kort na zijne inhuldiging tot in de nabijheid der nieuwe hoofdstad door, maar werden tot tweemaal toe door David teruggeslagen, die hen later door de verovering hunner hoofdstad Gath geheel vernederde. Even gelukkig streed hij vervolgens tegen de Moabieten, Tsobuïsche Syrtëra, wier koning HadatTêzer zich van het stroomgebied van den Euphrat wilde meester maken, ') tegen de Datnascener Syriërs, Edo-mieten en Ammonieten. De oorlog tegen het laatstgenoemde volk had de volgende oorzaak.
Toen de Ammonietische koning Nachas gestorven was, zond David uit dankbaarheid voor de vriendschap, die deze hem wel eens betoond had, afgevaardigden tot diens zoon C-hanun, om hem zijne deelneming te betuigen en hem in zijn verlies te troosten. Maar de voornamen des lands beschouwden
l) To’i, koning van Chamath (noordelijk van Kenaan), overlaadde David met geschenken wegens de overwinning op Hadad'ézer, met wien hij steeds in oorlog geweest was.