BELANGWEKKENDE AVONTUREN.
Tweede Hoofdstuk.
Dat wil zeggen: ik had mij nog aan te melden. Mevrouw ondervroeg mij op pénibele wijze, waar ik het laatst gediend had — ik gaf mezelf op
— of ik stoppen, mazen, breien, verstelnaaien verstond, of ’k de wasch kon opmaken, netjes lintjes uithalen, of ’k met zuigelingen kon omgaan, goed in m’n linnengoed zat en ’r ’n vrijer op nahield. Tegen het laatste had ze eenige bezwaren. Ik ook. Ik trad in betrekking. ?s Morgens moest ’k de kinderen aankleeden. Inderdaad dit is moeilijker dan schrijven. Je haspelt zeer licht die broekjes, rokjes, chemisetjes, korsetjes, jurkjes dooreen. Bij deze bewerking vond *k ’n nieuw procédé uit : ik knoopte alles stevig vast. Strikken zijn onhandig en onsolide. Tevens bevond ik dat neger kindertjes op beschaafde blanke wurmpjes vóór hebben, dat zij geen kinderjuffrouw van noode hebben. Na een ontbijt van twee dikke boterhammen met margarine hield ’k de kinderen — daar het een regenachtige dag was
— binnenshuis bezig, kreeg om twaalf uur wéér twee dikke boterhammen met margarine, moest vervolgens den rhumatischen voet van de rhuma-tische grootmoeder wrijven, opnieuw de kinderen amuseeren, hetgeen alles met geduld en volharding geschiedde — tot ’k toevallig ’n kistje sigaren van meneer zag staan en uit ergerlijke verveling ’n trekje deed, juist op ’t oogenblik dat mevrouw binnenkwam. Op staanden voet wees ze me de deur, naar zij zeide omdat kinderjuffrouwen niet rooken mogen, waartegen ik opponeerde. Eenigszins angstig vraag ’k mezelf af hoe zij s avonds deknoopen heeft kunnen lospeuteren.