SENTIMENTEELS HISTORIE. 167
regelen nemen en telegrafeeren. Ze deponeerden bij hem het geld dat zij bezaten. Daarna ging de komiek rookend heen, de athleet, groszartig vloekend, wandelde naar den Duitschen consul; Dodo, koud, onlekker, ging naar huis. Ze werd al loopend zoo gejaagd, zoo onrustig, dat ze zich twee, drie keer in den weg vergiste. Ze dacht aan de kist met Mignon, Nana, Fedora, Zizi.... aan de tien groote in dekens gewikkelde slangen, die het koud zouden krijgen als het warme water niet vernieuwd werd in de stoof.
Hij zat juist te ontbijten.
„Zijn de beesten goed aangekomen?”
Bij het schelle licht van het raam was zijn gezicht vaal-bleek met diepe blauwe kringen onder de oogen. Z’n vraag klonk moe, *n vraag zonder belangstelling, ?n vraag om iets te zeggen.
„Heb je voor warm water gezorgd?”
* Ja ventje.”
Hij sprak niet meer, bleef ineengehurkt, dof, oud, kijkend af en toe naar het vettig vensterglas, waarin hij zijn eigen gezicht bol-vertrokken met groote blauwe wallen onder de oogen zag.
Tegen drie maakte ze zich klaar om weer uit te gaan.
„Wacht even ... ik ga mee.”
„Nee, chéri,.... ik moet repeteeren.”
Hij keek wantrouwig... „Dan breng ik je.* „Blijf liever hier, manneke... het weer is zoo kil.” Door de ruiten zag hij de menschen in de War-moesstraat in een fijnen motregen loopen. Hij zou dan maar thuis blijven en nog wat slapen.
Alleen, gehaast, liep ze in haar grijzen regenmantel, belde aan bij den advocaat. Even wachten. Ze bekeek