SENTIMENTEELE HISTORIE. 165
„Ik wil niet dat je daarover tobt. Hoor je me klagen?”
„Neen, kindje, neen.... Maar ik heb ’n anderen
tijd gekend Ik ben zoo op.... Voel je hoe
klam mijn handen zijn?”
„Maak je nou niet angstig. De lucht hier deugt niet voor je... Over veertien dagen zijn we in Bordeaux. .. Spreek nou over wat anders. .. Wil je vent?... Wil je manneke?... Ik heb succes gehad van avond, vin je niet?” ....
Met z’n bleeke gezicht en zn ingevallen oogen, probeerde hij anders te zijn.... „Je heb ’t verdiend Je was om te stelen. .. . WasMignon
lastig?”
„’n Beetje.... niet heel erg.”
„Heb je ze goed verzorgd?”
„Ze liggen lekker in dekens. Twee volle emmers heet water zijn in de stoof.... als ze morgen in
Amsterdam aankomen, geef ik nieuw water......
morgen zijn we weer compleet.... wij en onze tien kinderen .... Zet je kraag op, chéri... Je staat op den tocht.”
Ze was bijtijds op, keek nog even in de alkoof, waar hij te slapen lag, dekte hem beter dicht, luisterde naar het zagend ademhalen, dat uit den half geopenden mond kwam, zoende ’m zachtjes en ging naar beneden, de Warmoesstraat door naar ’t circus. Was kil, nattig najaarsweer. De menschen stommelden voorbij in druk gedoe. Voor het grijze, gore circus stond een Engelsche komiek. Hij rookte uit een kort pijpje en nam gentleman-like z’n hoed af. „Morning miss Dodo. .. Wous allez bien?” „Merci monsieur Charley.... Les bagages sont arrivés ?”
„Not yet, not yet!”
Nog niet aangekomen ? De koffers en kisten zou