144 DE BEZETEN PIANO.
— en dienzelfden nacht.... ja, dienzelfden nacht ontdekte ik — het spook.
Overmoedig had ik de deur van de huiskamer opengelaten, was juist bezig mij te ontkleeden, toen ik iets op de piano hoorde — het zacht geluid van een flauw geraakte toets. Den adem inhoudend, nam ik voorzichtig de lamp, wachtte.
En toen plots — een Bes weerklonk, stortte ik op de piano toe en wat ik zag deed mij zóó verbaasd achteruitstuiven, dat ik bijna de lamp liet vallen.” „Wat zag je dan?” vroegen Toon en Cor en de anderen in koor.
„Ik zag,” zei David plechtig en geen spier van zijn gelaat bewoog: „ik zaaag — maar jullie zult me niet gelooven” ....
„Jawel, jawel, dat zullen we wel!”____
„ .... Ik zag ónze spin — z’n eene poot rustte op het muziekblad, wees ’n noot aan van Ivanovici’s R o s e s de TO r i e n t, z’n andere drukte de
toets neer”____
Wij keken mekaar gebluft aan, doch David peinzend en onaangenaam-serieus, herhaalde: „Ze zijn muzikaal.”