140 DE BEZETEN PIANO.
gesloten was, merkte je niets van *t dier, maar zoodra één toets aangeslagen werd, draaide hij öf zij onrustig in ’t web en na een paar minuten hing-ie te luisteren. Jullie zult zeggen dat hij andere motieven had — maar ten slotte namen we proeven. Terwijl Cateau speelde en de spin luisterde, ging ik op de muggenjacht. Al wierp ’k de vetste exemplaren in ’t net — hij blééf luisteren. Kun je ’t sterker? Weet iemand ’n doorslaander bewijs voor de stelling dat kunst veredelt en dat zelfs ’n spin niet enkel voor en om materie leeft?
Het stond bij ons dan ook vast dat het dier voor muziek g e v o e 1 i g was. De meid kreeg instructies daar niet te ragen en ik herinner me nog zeer levendig een scène die er tusschen mijn vrouw èn de meid voorviel, omdat de boerin, die’t allemaal malligheid vond, op ’n morgen tóch de ragebol door den hoek gehaald had.
We vonden het beiden spijtig. Zeker was de spin gevallen of dood — doch tegen den avond zagen we hem gelukkig weer aan ’t werk, spon hij zich naar ons toe terwijl ik ’n populaire mop „Bonjour Polichinelle” van Wachs speelde.
Er viel niet meer aan te twijfelen. Hij was muzikaal.
Intusschen, waarde vrienden, gebeurde er in ons huis iets, dat totaal onze aandacht afleidde van den medebewoner boven de piano. Mogelijk hadden mijn vrouw en ik ons een weinig overspannen met te veel en te geforceerd studeeren — althans op een nacht schrikte mijn vrouw wakker, wekte mij.
,David — hoor je niks?”
„Nee,” gromde ik slaapdronken.
Zij woelde een poos — sliep weer in. Maar den volgenden nacht herhaalde zich het geval. Mijn