VER TR O UWELJJKE BRIEF. 109
seling uitgegeven — de menschheid heeft daar recht op — en ook met dit schrijven ware dit mogelijk. Feitelijk schrijf ik al sinds geruimen tijd met de visie van een tiental brievenbundels. Het is goed en wijs aan eventualiteiten te denken en altijd, zelfs in buien van intieme expansie, zijn stijl zóo te verzorgen dat óok het nageslacht de correspondentie kan lezen. Mijn waarde, schrijf aan niemand, aan geen dames, aan geen kruidenier of lastig-geworden slager óf doe dat met zeker cachet, nooit onverzorgd en nooit zoo dat gij u zelf toont zooals gij zijt. Schrijf aan den boekhandelaar, die u maant om betaling : „ WelEd. geb. Heer, Overmate van arbeid belette mij vroeger de noodige aandacht te schenken aan uwe letteren. Zoodra het manuscript, dat ik thans onder handen heb, gereed is, zal ik u onmiddellijk komen voldoen.” Schrijf dito aan uw huisbaas: „HoogwelEd. geb. Heer, De Roman die eerstdaags van mij verschijnen moet, heeft mij zóo beziggehouden, dat werkelijk mijn hoofd er niet naar stond om mij te verdiepen in financieele aangelegenheden. Dezer dagen zend ik U cheque.” ... Werkelijk, ik kan er niet genoeg nadruk op leggen: neem u zelf in acht, toon nimmer aan buitenlieden, dat gij ’s middags onhebbelijke porties gestampte pot kunt eten noch verliefd zijt op levertjes van schelvisch — tusschen haakjes, dit slaat niét op u; ik weet, dat gij er geen liefhebber van zijt, maar ikben er inderdaad verzot op en daarom geef ik juist dat voorbeeld. Voorschel-vischlevertjes loop ik een uur ver, ja ik watertand zelfs op dit oogenblik als ik aan verschgekookte schelvisch-levertjes denk, maar blanke levertjes, geen tranige, en vooral geen weeke. Ook kun je me tracteeren op kuitjes, broeken van een hand dikte. Nota Bene : verbrand dit gedeelte van mijn brief. — Om nu evenwel meer direct op letterkunde neer te komen,