Schetsen en vertellingen

Auteur
Herman Heijermans

Geschreven onder pseudoniem
Samuel Falkland

Titel
Schetsen en vertellingen

Jaar
1974

Pagina's
249



zelf. Wie stond ’r nu weer op z’n teenen voor de deur? Ze waren ’r weer. En wéér schuchterde de stem van ’t oudste meisje:

‘... Meneer - we hebben centen bij u op de stoep gevonden ‘Wèèr?’ zei ’k verwonderd. ‘Hoeveel dan?'

‘Drie en veertig een te, meneer...’

Ze hield op ’r handvlak ’n kwartje, ’n dubbeltje, acht centen.

°s Jongen - die zijn niet van mij,’ zei ’k: ‘heb je al bij de bovenburen aangescheld?’

‘Ja meneer - die hadden niks verloren...’

‘De juffrouw,’ verklaarde Maartje nader, ‘de juffrouw heit de cente in ’r beurs nageteld - maar de juffrouw miste niks...’

‘Nou/ zei ’k weder denkend aan de Zaterdagsche schoonmaakster, en ’t verkeerd vindend om kinderen drie en veertig centen te laten houden - ’t werd toch versnoept: ‘geef ze dan maar hier - dan zal ik ze apart leggen en als je soms hoort dat ’n ander ze verloren heeft -haal ze dan maar weer weg...’

’k Nam de warme geldstukjes, wou de deur sluiten, maar bedenkend hoe aardig en eerlijk ’t van de kleuters was, riep ’k ze terug, gaf ze opnieuw ieder ’n cent. Blij huppelden ze weg en ze nakijkend zag ’k ze ’t snoepwinkeltje ingaan. De schoonmaakster wist niets van drie en veertig centen. Die lachte. Die smeet niet met geld op ’n stoep. Ze kon niet bedenken wie ’t gedaan kon hebben. Korte metten makend gaf ik haar de een en veertig centen, om ’r wat extraas voor te koopen. ’r Werd niet verder over de historie gesproken. Over veertien en drie en veertig centen, op je stoep gevonden, maak je je niet druk. Wel kan ’n slim lezer, die van deze kinder-bezoekjes verneemt en ze in verband brengt met m’n snuggere inleiding, achteraf detective-spitsvondigheden spinnen, maar wel zèl-den geschieden de dingskens in ’t leven zoo scherpomlijnd als ’n na-verteller ze zwart op wit koppelt.

Zelfs was ’k niet achterdochtig, niet onaangenaam-wantrouwend, toen ’k bij m’n eerste ontbijt om één uur, vijf en zestig centen naast m’n bord vond?

‘Ant,’ zei ’k, ‘wat is dat voor geld?’

Het was weer Zaterdag.

‘Ja, meneer,’ zei ze, ‘da’s gewoon ’n wonder, ’t Is om angstig te worden... ’

‘Wat dan?’

98

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.