Schetsen en vertellingen

Auteur
Herman Heijermans

Geschreven onder pseudoniem
Samuel Falkland

Titel
Schetsen en vertellingen

Jaar
1974

Pagina's
249



kneeden, hoe durven we dan grof de hand leggen op dief jes-van-lood, inbrekertjes-van-’t-oogenblik, snoodaards-van-peperkoek, vagebon-den-met-korte-broeken, struikroovers-zonder-verstandskies? Het is, om het behagelijk te zeggen, niet geheel pluis, ’n Kind moest door een Raad van verstandige Moeders gevonnist worden, niet door mannen met dikke Wetsboeken. En als ’t laatste noodzakelijk is, moest niet alleen een Rechter-mèt-’n-vonnis onbenoembaar zijn, maar een elk die na z’n promotie weigert te beëedigen dat-ie in z’n jeugd geen appelen, centen, snuisterijen etc. stiekum gemoerd heeft.

Deze bijster snuggere bedenkingen gewerden me, toen ’k glimlachend dacht aan de stoep met de gouden eieren, glimlachend aan ’n huilende, doodelijk-beangste moeder.

We woonden in Amsterdam, in ’n straat dicht bij ’n volksbuurt -we waren bevriend geraakt met ’n heele bende kinderen, ’s Zomers, als ’t schemerde, werd Jr geravot, deden we mee - ’s winters, als sneeuw de keien belei, koggelden we dat de politie ’r aan te pas kwam. Soms stoof ’n dozijn ons koolgrondtuintje in. De jongens poenden met halters, de meisjes zochten wat ongelukkige grasblommen. De onderlinge toon was allergemeenzaamst. ‘Doen jullie mee?’ schreeuwden ze dikwijls door de openstaande ramen, als ze genooten te kort kwamen - ‘meneer, we hebben visschies gevangen!’

- ‘meneer, de jongen van de bakker het ’n doos an de hond z’n staart gebonden...!’

Elke zomersche dag had z’n ander straatnieuws. Ze belden soms om ’n touwtje voor ’n tol of om ’n stukje pleister. Bij de ‘stedenten’ was ’t ’n zoete inval en de ‘stedenten’ verzetten zich niet te zeer. ’t Was zoo makkelijk, °s morgens’ ’n jonge aan te roepen, om twee centen melk te halen, of ’n buurmeissie voor ’n pond suiker. Zoodat ’k op ’n morgen, zegge middag - de tijden van zwaarwichtige, hol-bolle, nachtlijke tooneel- en kunstkritiek kenden geen ochtend

- toen ’r gescheld werd, met ’t bekend schraperig bel-geaarzel van kinderen die op ’r teenen moesten staan, om bij den knop te komen, en twee geel-blonde hoofdjes door ’t deurglas groenden, ’k bereid was diensten te bewijzen.

,:Zoo Annetje en Maartje,’ zei ik, ‘wat is ’r an ’t handje?’

'k Kende ze. Ze waren de twee eenige dochtertjes, kinderen van acht en tien, misschien ouder, van ’n waschvrouw, ergens in ’n zijstraat.

96

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.