De melkboer die déé ’t achter in den tuin, met een steevigen knauw. De juffrouwen, huilerig, licht-bevend, liepen in huis rond. Suzan moest Hoffman drinken, Margriet had ’s avonds een beetje koorts. En ’t lijk wouen ze niet zien, ’t lijk van de snoes die zoo akelig an z’n end was gekomen.
DE STOEP MET DE GOUDEN EIEREN
Kinderen weten van geen goed en kwaad, ’k Zou niet gaarne als rechter in zake kindermisdrijf vonnissen, ’k Geloof, onvertogen redeneerend, dat wij, wij dènkenden, wij maatschappelijk-ervarenen, wij dufwijzen, de misdadigen zijn, als we een kind, dat gestolen, gebrandsticht, ge-baldadigd heeft, aan de samenleving ontnemen. Een van m’n vrienden - nu advocaat - werd in z’n vroege jeugd op ‘diefstal’ van een doosje pennen in ’n boekwinkel betrapt. De vader betaalde - de rakker kreeg ’n pak rammel - de zaak is vergeten. Een ander ‘stal’ in den Franschen Bazar drie glazen knikkers - de moeder kwam *r achter, omdat ze wist dat-ie ’t niet gekocht kon hebben -hij mocht in geen veertien dagen uit - geen gevangenisstraf - geen rijksopvoeding. Ik zelf ben over ’n schutting geklommen, heb me ziek gegeten aan onrijpe, groote peren, bij ’n buurman die me snapte, maar te dik was om me na te klauteren. Tenzij wij drieën - om ’r drie te noemen - jeugdige uitzonderingstypen waren, meen ’k geen onjuist vermoeden uit te spreken, als ’k beweer dat ieder zich uit z’n eigen jeugd schunnigheden, wandaden in den zin der wet herinnert. Sterker: de heilige boontjes, die nimmer gestolen, nooit schennerij hebben gepleegd, mogen mediteeren of een zoo ultra-reine jeugd geen struikelblok voor later was. Want, dames en heeren, een kind vergrijpt zich zeer zelden mèt bewustzijn. Een kind doet misdadigheden, gedreven door fantasie, wildheid, speelschheid. Als we ons de eigen kinderjaren herinneren als een vreemde droom, zelfs van latere perioden daden onthouden, spijtige daden, slechte daden, die niet tot ons leven schijnen te behooren, zóó dom, onnadenkend, wreed als ze ons in een tijd van volkomen wakker-zijn gelijken - hoe durven wij braven, volmaakten, rijpen, levensdoor-
95