Sigaar?’
‘Graag, papa - maar eerst de rook spuien, anders gaan we als spek-bokkingen ’t nieuwe jaar in! Hè, ’t is hier gezellig...! Verleden jaar om deze tijd zat ’k in m’n eentje in m’n hotel te Chicago, twaalfde verdieping, cigaretten te kauwen en mezelf te verwenschen ...! Ziet de tafel ’r knusknus uit...! Nou, dan blijf ’k hier tot ’t volgende jaar twee, drie uur! En vanavond over 365 dagen komen jullie bij ons, papa en mama, krijg je oesters en champie tot we onder tafel tollen, hahaha!’
Uitgelaten - ouwejaarsavond mocht je buiten ’t traditie-hoekje gaan! - pakte-ie Grete, danste met ’r de kamer rond tot de glazen op ’t buffet mee begonnen te cancanneeren en de flesschen wijn, die bij den haard op temperatuur werden gebracht, bedenkelijk schuddebuikten. Mevrouw lachte, meneer lachte - gelukkig ’r kwam stemming. Ze vergaten een moment.
Maar of ’t niet mocht, of ’r iemand ’t intérieur beloerde: plots had meneer weer de zenuwtrekking om z’n mond, en mevrouw schichtig naar z’n oogen kijkend, bleef met ’n verstollenden glimlach over de tafel geleund.
De schel klepte sonoor en aangenaam in de holte der gang - de meid kwam over ’t keukentrapje naar boven.
‘Laat maar, Jo!’ riep mevrouw, om meneer voor te zijn. Gedwongen-opgeruimd keerde ze van de brievenbus terug - met enkel kaartjes van de bovenburen in ’r hand - néé, de post was ’t niet.
De post moest nog komen.
‘Dat zijn zulke nette menschen,’ praatte ze, de kaartjes in den bak onder de lamp gedeponeerd: ‘zulke door-en-door-fatsoenlijke, aardige menschen - die van boven... Toe, zou je niet ’ns inschenken, Piet...? En dan wou ’k je nog vragen vanavond geen post in te kijken, man...! Als ’r om tien, of hoe laat die brievenbesteller bij die drukte belt, onplezierige zakenbrieven zijn... Wat...? Vind je ook niet, Dolf...? Dan ontstemt ’t papa... En ’k wou nou ’ns echt-prettig, echt-met-z’n-viertjes, echt-ongestoord aan tafel gaan... Zal ’k Jo zeggen, Piet, dat ze wat ’r ook komt, niets hoeft binnen te brengen...?’
‘Natuurlijk...! ’t Vólgende jaar denken we aan zaken - dit jaar doen we niets meer!’ zei Dolf, Grete’s hand in de zijne - had-ie ’t
237